Wat is de betekenis van Abraham?

2020
2021-08-02
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Abraham

Hebreeuwse naam; Abraham betekent waarschijnlijk 'de (goddelijke) vader is barmhartig', maar wordt in het Oude Testament uitgelegd als: 'vader van een menigte volken'. De oorspronkelijk vorm was Abram (Genesis 11,26) 'de (goddelijke) vader is verheven'. Heiligennaam: 1) Abraham, kluizenaar bij Edessa in de 4e eeuw; kerkelijke feestdag: 16 maart. 2)...

Lees verder
2019
2021-08-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

abraham

abraham - Zelfstandignaamwoord 1. (Jiddisch-Hebreeuws) (voeding) pop die Abraham voorstelt, gegeven aan mannen die vijftig jaar worden, gemaakt van brooddeeg, speculaas of ander materiaal; oorsprong is vermoedelijk een interpretatie van Joh. 8:57 waarbij iemand die vijftig jaar is, Abraham gezien zou hebben ...

Lees verder
2017
2021-08-02
Rijksmuseum

The Rijksmuseum is the Museum of the Netherlands.

Abraham

Abraham is de eerste aartsvader uit het Oude Testament en de stamvader van de Israëlieten. Op last van God verliet Abraham met zijn vrouw Sara en zijn neef Lot de stad Ur in Chaldea en trok naar Kanaän. Daar vestigde Lot zich met zijn kudden in Sodom en Abraham kwam terecht in Hebron. Abraham heette aanvankelijk Abram, wat 'vader is verheven' betek...

Lees verder
2000
2021-08-02
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Abraham

Abraham, een van de aartsvaderen van Israël; (fig.) iemand die vijftig jaar is of wordt; pop van koek die men bij die gelegenheid aan de jarige geeft. Abraham zien, gezien hebben, vijftig jaar worden of zijn. Het verband tussen de leeftijd van vijftig jaar en Abraham is te vinden in het evangelie van Johannes, 8:57. Jezus noemt Abrahams blijdschap...

Lees verder
1997
2021-08-02
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

Abraham

zie koorts.

1997
2021-08-02
Bijbelse eponiemen

Dr. Apeldoorn en Dr. Beijer

Abraham

Weten waar Abraham de mosterd haalt: weten waar je iets kunt kopen, d.w.z. in ruimere zin: goed op de hoogte zijn. Het is een uitdrukking die niet uit de Bijbel komt.

1992
2021-08-02
Symbolen

Hans Biedermann

Abraham

bijbels patriarch, die volgens het Oude Testament rond 1800 of rond 1400 v.C. leefde. Hij was vermoedelijk een herder en familiehoofd in de omstreken van Hebron, en aan hem zijn vele legenden verbonden.

1985
2021-08-02
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

ABRAHAM

speculaaskoek in de vorm van een grijsaard, die bij de vijftigste verjaardag cadeau gegeven wordt; de pop wordt met papieren bekroond en opgesmukt met suiker; aangeklede pop, die bij vijftig)arigen op de stoep wordt geplaatst door de buurt of door vrienden, ter herinnering aan het feit, dat men „Abraham heeft gezien”. Bij vrouwen: zie:...

Lees verder
1973
2021-08-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

abraham

abraham - a'braham, m. (geen mv.), benaming van een brood- of banketpop, als waardige oude heer ‘aangekleed’ en in enkele delen van Nederland gegeven aan wie 50 jaar wordt (toespeling op Joh.8,56: ‘Gij zijt nog geen 50 jaar en hebt gij Abraham gezien?’). Sinds 1960 probeert het Station voor maalderij en bakkerij te Wageningen de Abraham-traditie al...

Lees verder
1964
2021-08-02
voornamen

Voornamenboek

Abraham

m Hebr. naam; Abraham betekent waarschijnlijk eigenlijk 'de (goddelijke) vader is barmhartig’, in het O.T. uitgelegd als: vader van een menigte volken'. De oorspr. vorm was Abram (Gen. 11,26) 'de (goddelijke) vader is verheven’. Heiligennaam: 1) Abraham, kluizenaar bij Edessa in de 4e eeuw; kerk. feestdag: 16 maart. 2) Ab...

Lees verder
1955
2021-08-02
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ABRAHAM

leefde in het begin van het tweede millennium v. Chr. en was het hoofd van het geslacht waaruit Israël is voortgekomen. Zijn geschiedenis staat beschreven in Gen. 12 : 1—25 ; 10 en daaruit kunnen wij opmaken, dat hij als zoon van Tarach geboren werd te Oer in Zuid-Babylonië. Na met zijn vader reeds naar Charan te zijn getrokken, emi...

Lees verder
1950
2021-08-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Abraham

ABRAM, stamvader der Hebreën; — (zegsw.) hij rust aan Abrahams borst, zit in Abrahams schoot, hij heeft een rustig, aangenaam leven, een kostelijke plaats, is zonder zorg, buiten schot; — hij speelt Abrammetje, hij tracht zich te redden door de halve waarheid te zeggen; — hij heeft Abram gezien, hij is al...

Lees verder
1933
2021-08-02
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Abraham

stamvader d. Israëlieten omstr. 2000 v. Chr. (Gen. 13-25).

Lees verder
1928
2021-08-02
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Abraham

Een der stamvaders van het Joodse volk, die omstreeks 1900 j. voor Christus moet hebben geleefd. Gewoonlijk hoort men hem noemen in één adem met zijn zoon Isaac en zijn kleinzoon Jacob en worden deze drie herdersvorsten, die grote kudden en geweldige rijkdommen bezaten, genoemd als de stamvaders van het Joodse volk. Abrahams woonplaat...

Lees verder
1926
2021-08-02
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Abraham

Een volledig levensbeeld geven de aan „den vader van alle geloovigen” (Rom. 4:11) in Genesis gewijde hoofdstukken (12—25) niet, althans indien we dAäronder verstaan een breede beschrijving van levensdaden en teekening van de achter de uitwendige handelingen liggende ethisch-religieuse beweeggronden. Veeleer worden in chronolo...

Lees verder
1916
2021-08-02
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Abraham

Abraham - stamvader van het Israëlietische volk. Soms komt de naam als Abram voor, waarsch. is dit een dialectische variant voor Abraham. In het Babylonisch komt de naam als personennaam voor onder den vorm Abiramu, Hebr. Abiram. Volgens de O.T. overlevering komt A. uit Babylonië (Ur der Chaldeeën), waar zijn vader Terah woonde. Vandaar trok Terah...

Lees verder
1898
2021-08-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Abraham

ABRAHAM, ABRAM, m. hij rust aan Abrahams borst, zit in Abrahams schoot, hij heeft een rustig, aangenaam leven, heeft eene kostelijke plaats, is zonder zorg, is buiten schot; — hij speelt Abrammetje, hij tracht zich te redden door de halve waarheid te zeggen; — hij heeft Abram gezien, hij is aL 50 jaar oud; (ook) hij is gestorven; &mda...

Lees verder