Wat is de betekenis van aas?

2022
2022-12-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

aas

(19e eeuw) (scheldw.) kreng; gemeen persoon. • ‘Aas’ of ‘kreng’ wordt meestal gebruikt m.b.t. dode lichamen, vnl. van dieren. Als scheldwoord meestal van toepassing op vrouwen, maar niet in het citaat hierna. Vondel gebruikte het woord destijds al m.b.t. de joden: ‘Een weder-spannigh aes, dat uyt vervloeckte nijd...

Lees verder
2020
2022-12-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

aas

Het begrip aas heeft 5 verschillende betekenissen: 1) voedsel dat bestaat uit vlees van dode dieren. voedsel van sommige in het wild levende dieren dat bestaat uit (vlees van) dode dieren. 2) lokspijs. lokspijs voor het vangen van dieren; lokaas. Vooral in toepassing op lokaas voor het vangen van vis, maar ook op lokaas voor het v...

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aas

aas - zelfstandig naamwoord 1. voedsel waarmee je vissen vangt ♢ wat voor aas heb jij aan je hengel? 2. speelkaart met de hoogste waarde ♢ ik had een boer en een aas in mijn hand Zelfstandig naamwo...

Lees verder
2017
2022-12-04
Max Dohle

Begrippen uit "Over één nacht ijs. Een schaatsalfabet" (2004)

Aas

Vlaams ijs

2009
2022-12-04
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

aas

(de; azen) - toprenner

2007
2022-12-04
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

aas

kreng, gemeen persoon. Als scheldwoord meestal van toepassing op vrouwen, maar niet in het citaat hierna. Vondel gebruikte het woord destijds al m.b.t. de Joden: ‘Een wederspannigh aes, dat uyt vervloeckte nijd Haer kroon en zetel had ontluystert en ontwijd.’ Het werd Grimmel even rood voor z’n ogen, maar hij beheerste z’n s...

Lees verder
1998
2022-12-04
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

aas

Hoogste kaart van een kleur.

1981
2022-12-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Aas

1. een dood, tot ontbinding overgegaan dier, minstens zo groot als een muis. Het aas wordt in warme landen door gieren en andere aasvreters verorberd. 2. Meer algemeen betekent aas ook voedsel der dieren. Vandaar dat in de hengelsport de lokspijs ook aas genoemd wordt. 3. Bij het kaartspel is de aas eigenlijk de een; hij geldt meestal als de hoogs...

Lees verder
1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

AAS

AAS - Zie Acta Apostolicae Sedis.

1972
2022-12-04
ABC van de Hengelsport

Schrijver op Ensie

AAS

AAS - Eerst maar een indeling: Vegetarisch (zoetwater) aardappel brood deeg granen kaas peulvruchten vruchten algen Dierlijk (zoetwater) insekten, wormen, stukje vis visje (levend of dood) bloed Over al deze aassoorten enkele korte aanwijzingen. Ze komen ook later nog ter sprake bij het be¬spreken van de hengelmethoden af¬zonderlijk. Zie o...

Lees verder
1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Aas

(o), één in kaartspel; oud gewicht van 48 mg.

1954
2022-12-04
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Aas

Gewichtseenheid - 0,048 g (Hollands Troois en Amsterdams gewicht) of 0,046 g (Amsterdams Brabants gewicht). In gebruik in de 17e en 18e eeuw. Tijdens de bloembollenwindhandel vindt men de gewichten der bloembollen opgegeven in a. (z. Maten en gewichten).

Lees verder
1952
2022-12-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aas

s.n., ies (it); levend —, wreed ies; vanvoorzien, (oan)iez(j)e.

1951
2022-12-04
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Aas

Aases, dood dier; afschaafsel van huiden; kreng, slet; der Junge ist ein Aas, de jongen is een aap, een rakker.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aas

I. o. (geen mv.), 1. het voedsel der dieren dat ze zelf zich verschaffen: de vogels zoeken aas voor hun jongen; 2. lokspijs om dieren te vangen, lokaas (eig. en fig.); aas aan de haak slaan, hij het vissen; — het aas beet hebben, ingepakt zijn, verleid, verlokt zijn tot iets; — (Zuidn.) zijn aas ophalen, voor...

Lees verder
1949
2022-12-04
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Aas

oud vóórmetriek gewicht (ong. 48 mg); in kaartspel: één.

1947
2022-12-04
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Aas

ontleend aan oudfrans ais, dat zelf weer stamt uit lat. as (muntnaam), is een oud, vóórmetriek gewicht, dat tot het zgn. Amsterdamse gewicht behoorde. Het was de kleinste eenheid van het handelsgewicht en had een waarde van ongeveer 48 mg. 1 Amsterdams pond (491,1 g) = 16 once = 32 lood = 320 engels = 10240 aas. Wij vinden het woord n...

Lees verder
1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aas

I. o. 1. voedsel der dieren; prooi: de vogels zoeken aas voor hun jongen; ons lichaam wordt een aas der wormen; 2. lokspijs; de vis beet in het aas; 3. kreng, rottend dier: een stinkend aas. II. o. azen 1. de één in het kaart-, dobbel-, domino- en potspel; dit is hartenaas; twee azen werpen, aasblank; in het biljartpotspel: Wie heef...

Lees verder
1933
2022-12-04
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Aas

kreng; lokaas voor het vangen van dieren; de één in het kaartspel

1933
2022-12-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Aas

Aas, oude gewichtseenheid, 0,047 dg. Een ons had 20 engels en een engel 32 azen. Vandaar: geen aasje, geen ziertje. Ook de één in sommige spelen. Tevens een der figuren in het kaartspel, en wel een der hoogste; dateert vlg. velen reeds van begin 12e eeuw, en moet van Chineesche afkomst zijn, oorspronkelijk voorzien van verhalen van koningen, draken...

Lees verder