Wat is de betekenis van aartsdiaken?

2019
2021-04-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aartsdiaken

aartsdiaken - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) (beroep) rooms-katholieke priester met bijstand van de aartsbisschop als taak In de vroege middeleeuwen was de aartsdiaken de plaatsbekleder van de bisschop. Woordherkomst afgeleid van diaken met het voorvoegsel aarts-

Lees verder
1994
2021-04-22
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Aartsdiaken

Aartsdiaken, vroegere vertegenwoordiger van de bisschop op juridisch en bestuurlijk vlak. Vanaf de 13e eeuw werden evenwel → officialen voor de kerkelijke rechtspraak aangesteld en vanaf de 14e eeuw vicarissen (→ vicaris) voor het bestuur.

1982
2021-04-22
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

AARTSDIAKEN

Oorspronkelijk de helper van de bisschop in de algemene uitoefening van diens ambt. Zijn ambtsgebied was toen nog het hele bisdom. Later had uitbreiding van de bevolking, van de parochies en van de ook wereldlijke taken van de bisschop, een toename van het getal aartsdiakens per bisdom ten gevolge, waardoor het bisdom moest worden ingedeeld in aart...

Lees verder
1981
2021-04-22
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Aartsdiaken

vertegenwoordiger van de bisschop in bestuur en rechtspraak. Daar de archidiaconi steeds meer zelfstandige machthebbers weerden, werden in de 13e eeuw' officiales (→officiaal) voor de rechtspraak en in de 14e eeuw vicarii (→-vicaris) voor het bestuur aangesteld, beide ambtenaren van de bisschop. In de 17c eeuw' bezaten de aartsd...

Lees verder
1973
2021-04-22
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aartsdiaken

aartsdiaken - aarts'diaken, m. (-en), in de Rooms-Katholieke Kerk een liturgische titel voor de priester, die bij wijdingen de kandidaten aan de bisschop presenteert. De aartsdiaken stond sedert het midden van de 4e eeuw aan het hoofd van het college der diakens en van de lagere geestelijkheid; in de volgende eeuwen werd zijn positie steeds belangr...

Lees verder
1958
2021-04-22
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

AARTSDIAKEN

In de M.E. ambtenaar van de bisschop belast met visitatie en seend buiten de schrikkeljaren, met de institutie van pastoors en vicarissen behalve in moederkerken, en gerechtigd tot het maken van verordeningen. De bisdommen waren daartoe verdeeld in aartsdiaconaten. In Frl. was de macht van de A. niet groot: de dekens namen de rechtspraak waar, zijn...

Lees verder
1955
2021-04-22
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

AARTSDIAKEN

is alleen nog een liturgische titel voor een der assistenten bij de priesterwijding of een eretitel, door sommige vicarissen-generaal in bepaalde bisdommen, o.m. in Frankrijk, gevoerd. Aanvankelijk, van de 4de eeuw af, was hij een diaken, die aan het hoofd stond van de andere diakens en van de lagere geestelijkheid. Onder het gezag van de bisschop,...

Lees verder
1950
2021-04-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aartsdiaken

m. (-s, -en), 1. (vroeger) R.-K. geestelijke die de bisschop in de uitoefening zijner ambtsplichten bijstond of hem verving, zoals de tegenwoordige vicarissen-generaal; 2. (thans) priester die bij de wijding de bisschop bijstaat en in naam der wijdelingen toelating voor hen vraagt; 3. (in de Anglicaanse kerk) geestelijke die de plaats van de biss...

Lees verder
1933
2021-04-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Aartsdiaken

Aartsdiaken stond, zéker sinds de 4e eeuw, aan het hoofd der andere diakenen en van den geheelen lageren clerus. Had de leiding bij de armenzorg en de vorming der lagere clerici. Door dit laatste kreeg hij vanzelf invloed op de keuze der wijdelingen. Zijn bevoegdheden namen steeds meer toe, vooral in het Frankenrijk sinds de 9e eeuw. Het toppunt hu...

Lees verder
1916
2021-04-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Aartsdiaken

Aartsdiaken - heette in de R. Kath. Kerk oorspronkelijk die diaken, welke den bisschop in de uitoefening van zijn ambt onmiddellijk ter zijde stond. Zijn macht was vroeger zeer groot, niettegenstaande hij, als diaken, in waardigheid beneden de priesters stond. In vele bisdommen werden vanaf de 8ste eeuw meerdere aartsdiakens aangesteld, ieder over...

Lees verder
1898
2021-04-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Aartsdiaken

AARTSDIAKEN, m. (-s, -en), (vroeger) R.-K. geestelijke die den Bisschop in de uitoefening zijner ambtsplichten bijstond of hem verving, zooals de tegenwoordige vicarissen-generaal; — (thans) priester die bij de wijding den Bisschop bijstaat en in ; naam der wijdelingen toelating voor hen vraagt; — (in de Anglicaansche kerk) geestelijke...

Lees verder