Wat is de betekenis van Aartsbisschop?

2020
2022-01-22
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

AARTSBISSCHOP

UIT: 'Honger is brevet van onvermogen mensheid' (Katholiek Nieuwsblad, 20 juli 2011) CONTEXT: De honger in de wereld is "een brevet van onvermogen voor de mensheid in de 21e eeuw", zegt AARTSBISSCHOP Ludwig Schick van Bamberg. De voorzitter van de commissie Wereldkerk van de Duitse bisschoppenconferentie hekelde deze week het c...

Lees verder
2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aartsbisschop

aartsbisschop - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) (beroep) de voornaamste bisschop van een kerkprovincie De dienst wordt geleid door de aartsbisschop van Canterbury. Woordherkomst Afgeleid van bisschop met het voorvoegsel aarts- Verwante begrippen aartsbisdom, aartsdioce...

Lees verder
2018
2022-01-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aartsbisschop

aartsbisschop - zelfstandig naamwoord uitspraak: aarts-bis-schop 1. bisschop die aan het hoofd staat van alle bisschoppen in een bepaald gebied ♢ de aartsbisschop heeft een aantal priesters gewijd Zelfstandig naamwoord: aarts-bis-schop ...

Lees verder
1994
2022-01-22
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Aartsbisschop

Aartsbisschop, hoofd van een kerkprovincie bestaande uit enkele bisdommen. Samen met de paus vertegenwoordigen de aartsbisschoppen het hoogste kerkelijke gezag in de rooms-katholieke Kerk. In België en Nederland zetelt de aartsbisschop respectievelijk in Brussel en in Utrecht.

Lees verder
1990
2022-01-22
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

aartsbisschop

aartsbisschop - Bisschoppen met de hoogste rang die de leiding hebben over aartsbisdommen.

1981
2022-01-22
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Aartsbisschop

hoofd van een kerkprovincie, welke bestaat uit verscheidene bisdommen: de bisschop van Utrecht b.v. is de aartsbisschop van Nederland.

1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aartsbisschop

aartsbisschop - aarts'bisschop, m. (-pen), in de Rooms-Katholieke Kerk een bisschop, die aan het hoofd staat van een aartsbisdom en daardoor aan het hoofd van een kerkprovincie (bestaande uit een aantal bisdommen; in Nederland: Utrecht; in België: Mechelen), soms van een bisdom dat rechtstreeks onderhorig is aan de H. Stoel; alléén in het eerste ge...

Lees verder
1955
2022-01-22
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

AARTSBISSCHOP

staat aan het hoofd van een aartsbisdom en daarmede gewoonlijk aan het hoofd van een kerkprovincie. Hij heet dan ook wel metropoliet, naar het Gr. metropolis, in de Romeinse tijd de hoofdstad van een (kerk)provincie. Zijn rechtsmacht over de onderhorige bisdommen, die vroeger zeer groot was, is met het toenemen der centralisatie in de Kerk sinds d...

Lees verder
1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aartsbisschop

m. (-pen), de bisschop van de hoofdstad ener kerkprovincie; hij bestuurt zelf een bisdom en heeft het oppergezag over andere bisschoppen : de aartsbisschop van Utrecht.

1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aartsbisschop

m., aartsbisschoppen, eerste of voornaamste bisschop ener kerkprovincie: de aartsbisschop van Utrecht.

1937
2022-01-22
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Aartsbisschop

De eerste bisschop in een kerkprovincie. Nederland vormt een kerkprovincie, bestaande uit de bisdommen Haarlem, Breda, den Bosch, Roermond en het aartsbisdom Utrecht. De aartsbisschop van Utrecht is de voorzitter der gemeenschappelijke vergaderingen der bisschoppen.

Lees verder
1933
2022-01-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Aartsbisschop

voorn. bisschop eener R-K. kerkprovincie (aartsbisdom) b.v. Utrecht, Meedelen.

Lees verder
1933
2022-01-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Aartsbisschop

Aartsbisschop (metropoliet), de bisschop die aan het hoofd staat eener > kerkprovincie. Deze waardigheid is verbonden aan een bep. bisschoppelijken zetel, zoodat hij, die voor dat bisd. wordt benoemd, tevens altijd het hoofd der kerkprovincie is (C.I.C. can. 272). Hoewel van zuiver kerkel. oorsprong, is dit ambt toch reeds van zeer ouden datum. De...

Lees verder
1928
2022-01-22
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Aartsbisschop

Die bisschop, die niet alleen aan het hoofd staat van zijn eigen bisdom, doch ook in velerlei opzicht den voorrang heeft boven andere bisschoppen, die in dezelfde streek of hetzelfde land hun waardigheid bekleden. De aartsbisschop heeft niet alleen den erevoorrang boven de andere bisschoppen, die zijn suffraganen worden genoemd, doch bezit ook een...

Lees verder
1916
2022-01-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Aartsbisschop

Aartsbisschop - heet in de R. Kath. Kerk die Bisschop, welke niet slechts aan het hoofd staat van zijn eigen bisdom, maar ook een eere- en rechtsvoorrang heeft over verschillende in hetzelfde land of in dezelfde streek gelegen bisdommen. In zooverre een bisschop met zijn bisdom ressorteert onder den A. spreekt men van een Suffragaanbisschop en een...

Lees verder
1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Aartsbisschop

AARTSBISSCHOP, m. (-pen), de bisschop van de hoofdstad eener kerkprovincie; hij bestuurt zelf een bisdom en heeft het oppergezag over andere ; bisschoppen : de aartsbisschop van Utrecht.