Wat is de betekenis van Aardaker?

2019
2022-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aardaker

aardaker - Zelfstandignaamwoord 1. (plantkunde) Lathyrus tuberosus De aardaker is een plant uit het geslacht Lathyrus. Woordherkomst samenstelling van aard en aker

Lees verder
1982
2022-01-17
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

AARDAKER

(→ Lathyrus tuberósus). Vlinderbloemige plant met helderrode bloemen. Werd op zeer beperkte schaal onder gerst en tarwe (en ook wel apart) verbouwd om zijn knolletjes, die als een lekkernij werden gewaardeerd. De knolletjes zijn zo groot als hazelnoten. Zij zouden ook voor het branden van koffiesurrogaat zijn gebruikt; de Zeeuwse...

Lees verder
1973
2022-01-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aardaker

aardaker - m. (-s), 1. eetbare knolwortel van een peuldragende plant (Lathyrus tuberosus), die slechts bij uitzondering aangekweekt wordt, ook aardeikel, akkernoot en aardmuis geheten; 2. de genoemde plant zelf (zie Lathyrus). De aardaker, die doorgaans als wilde plant in wegbermen groeit, is sedert 1973 in Nederland tot beschermde plant verklaard,...

Lees verder
1954
2022-01-17
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Aardaker

Lathyrus tuberosus L., lam. Papilionaceae. Overblijvende plant met helderrode bloemen, die vroeger wel gekweekt werd om de eetbare knolletjes. Wordt meestal aangetroffen op wegbermen en aan akkerranden op rivier- en zeeklei, kan daar echter ook onkruid zijn. Bloeitijd: eind Juni-Aug.

Lees verder
1952
2022-01-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aardaker

s., (ierd)aker

1950
2022-01-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aardaker

m. (-s), 1. eetbare knolwortel ener peuldragende plant (Lathyrus tuberosus), die als onkruid in de bouwlanden voorkomt en slechts bij uitzondering aangekweekt wordt, ook aardeikel, aardnoot (of eenvoudig noot), aardamandel, akkernoot en aardmuis of muisjes met staartjes geheten; 2. de genoemde plant zelf;— 3...

Lees verder
1949
2022-01-17
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Aardaker

(Lathyrus tuberosus), overblijvende vlinderbloemige, die in Nederland in ’t wild groeit op gras- en bouwland; bloeit Juni-Aug. met rode welriekende bloemen. De wortelstok vormt zwarte knollen, zo groot als hazelnoten, die bijna 20% zetmeel bevatten en, gekookt, gegeten worden.

1937
2022-01-17
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aardaker

m. -s (vlinderbloemige plant met eetbare wortelknollen; Lat. lathyrus tuberosus).

Lees verder
1937
2022-01-17
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Aardaker

Wortelknol van een vlinderbloemige plant, lathyrus tuberosus, welke als onkruid in bouwland voorkomt en ook soms gekweekt wordt (de notenboeren op Overflakkee). Aardakers hebben een zwarte kleur en worden wel muisjes met staartjes genoemd. De Geldersche (wilde) aardakers zijn kleiner, maar zoeter dan de gekweekte. Vroeger werden aardakers algemeen...

Lees verder
1933
2022-01-17
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Aardaker

op klei groeiend onkruid met welriekende roode bloemen en wortelstok met eetbare, langwerpige knollen.

1898
2022-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Aardaker

AARDAKER, m. (-s), eetbare knolwortel eener peuldragende plant (lathyrus tuberosus), die als onkruid in de bouwlanden voorkomt en slechts bij uitzondering aangekweekt wordt, ook aardeikel, aardnoot (of eenvoudig noot), aardamandel, akkernoten en aardmuis of muisjes met staartjes geheeten; — de plant zelve; — gew. ook voor karwij. AARDA...

Lees verder
1870
2022-01-17
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Aardaker

(lathyrus tuberosus). Deze plant, tot de familie der vlinderbloemigen behoorende, groeit ook in ons vaderland op de kleilanden in de provinciën Gelderland, Zuid-Holland, Utrecht, Noordbrabant en Zeeland. Zij draagt hare fraaije, ronde bloemen aan eene vrij lange, gemeenschappelijke bloemsteel, en hare knobbelachtige wortels, aardakers of ...

Lees verder