Wat is de betekenis van aard?

2020
2021-12-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

aard

Het begrip aard heeft 2 verschillende betekenissen: 1) geheel van eigenschappen. geheel van al of niet aangeboren eigenschappen van een persoon of dier; natuur; wezen; karakter; inborst. 2) soort. geheel van kenmerkende eigenschappen van een zaak; soort.

Lees verder
2020
2021-12-01
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Aard

Zie Arnout

2019
2021-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aard

aard - Zelfstandignaamwoord 1. wezen, natuur, karakter Hij is even driftig als zijn vader, hij heeft namelijk een aardje naar zijn vaartje. 2. (in samenstellingen) met betrekking tot de aarde aard - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aarden ...

Lees verder
2018
2021-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aard

aard - zelfstandig naamwoord 1. manier waarop iets of iemand in elkaar zit ♢ Tina is opvliegend van aard 1. een aardje naar je vaartje hebben [op je vader lijken] 2. van dien aa...

Lees verder
2017
2021-12-01
Prostituees en pooiers

Jargon & Slang van Prostituees en pooiers

Aard

Aard - vrouw van de aard: vrouw van lichte zeden. Ook wel vrouwtje van de lucht.

1973
2021-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aard

aard - 1) aard m. (geen mv.), 1. wezen, natuur, natuurlijke eigenschappen (van dieren, planten): de wolf ruilt wel van baard, maar niet van —, hij verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken; (van personen) natuur, inborst, innerlijke gesteldheid: die jongen is goed, heftig van -; uit de(n) uiteraard, van nature; dat ligt nu eenmaal in zijn —,...

Lees verder
1965
2021-12-01
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

AARD

→ Karakter.

1964
2021-12-01
voornamen

Voornamenboek

Aard

m -> Arnou.

1954
2021-12-01
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Aard

1. Bouwland, b.v. koren-a. korenland (Z. Ned.).2. Markt, O.a. koren-a. korenmarkt. 3. Bij de vlasroters, het pand aan de rivier, waar men het ruwe vlas lost.

Lees verder
1952
2021-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aard

s., aerd (it), natür, wêzen (it), bistean (it); vanzijn, bistean, falie; van —, fan skik.

1950
2021-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aard

m.g.mv., 1. wezen, natuur, natuurlijke eigenschappen (van dieren, planten): de wolf ruit wel van baard, maar niet van aard, hij verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken; — uit de aard slaan, de aan de soort eigene aard verliezen, (ook van personen) niet met de andere familieleden in aard overeenkomen: bastaarden slaan...

Lees verder
1937
2021-12-01
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aard

I. aard, m. (wezen, natuur: 1 v. planten en dieren: natuurlijke eigenschappen; 2 v. personen: innerlijk wezen, inborst, karakter; 3 gezamenlijke hoedanigheden, karakteristieke eigenschappen): 1 een varken is vadsig van -; volgens de - der planten; dat is zo de - v. h. beestje, zijn natuur; 2 driftig van -; dat ligt in zijn—; z. vaartje; 3...

Lees verder
1898
2021-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Aard

AARD, m. wezen, natuur, natuurlijke eigenschappen (van dieren, planten): de wolf ruit wel van baard, maar niet van aard, hij verliest wel zijne haren, maar niet zijne streken; — uit den aard slaan, den aard gedeeltelijk verliezen, (ook van personen) niet met de andere familieleden in aard overeenkomen : bastaarden slaan meest uit den aard, -...

Lees verder