2019-12-13

aanzienlijk

Het begrip aanzienlijk heeft 6 verschillende betekenissen: 1) vrij groot; aanmerkelijk; belangrijk 2) omstandigheid waarbij een substantieel deel van de aandelen van een bedrijf in handen is van één partij; aanmerkelijk belang 3) in vrij grote mate 4) in grote of hoge mate; aanmerkelijk; veel 5) aanzien genietend door afkomst, stand, vermogen of macht; met aanzien 6) vrij groot belang

2019-12-13

aanzienlijk

aanzienlijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. voornaam, groot, belangrijk, erg, niet te verwaarlozen Ze was een telg uit een van de aanzienlijkste families van Venetië. Met de handel in verdovende middelen zijn aanzienlijke bedragen gemoeid. Hoewel Nederland en Duitsland veel op elkaar lijken zijn de verschillen toch ook heel aanzienlijk. Woo...

2019-12-13

aanzienlijk

aanzienlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: aan-zien-lijk 1. behoorlijk groot of veel ♢ Jan heeft een aanzienlijk bedrag op zijn rekening 1. in aanzienlijke mate [ruimschoots, veel] Bijvoeglijk naamwoord: aan-zien-lijk ... is aanzienlijker dan ... het aanzienlijk...

2019-12-13

Aanzienlijk

AANZIENLIJK, bn. en bw. (-er, -st), door stand, vermogen of macht boven anderen verheven: eene aanzienlijke familie; — de aanzienlijksten des lands, de notabelen, de eersten; — aanzien gevende: van aanzienlijken huize; — eene aanzienlijke som (gelds), zeer groot, — (Z. A.) schoon om aan te zien, welgemaakt, mooi gevormd: eene aanzienlijke vrouw; — zeer aanmerkelijk, in hooge mate; dat is aanzienlijk beter.

2019-12-13

aanzienlijk

aanzienlijk - bn. en bw. (-er, -st), 1. door stand, vermogen of macht boven anderen verheven: een aanzienlijke familie; van aanzienlijke huize; zelfst.: de aanzienlijken; 2. belangrijk, groot: een aanzienlijke som (gelds), zeer groot.

2019-12-13

aanzienlijk

1 bn., bw. (1 voornaam, 2 6elangrijk; groot): 1 een -e familie, deftig, rijk; 2 een -e lengte’, een vermogen; 2 -en, m. mv. (voorname personen); zie notabelen.