Wat is de betekenis van Aanvullen?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanvullen

aanvullen - Werkwoord 1. het ontbrekende bijvoegen Iedere dag moest de supermakt zijn voorraden weer aanvullen. 2. samen een compleet geheel maken De mooie das vulde het mooie pak aan. De norse man werd gelukk...

Lees verder
2018
2021-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanvullen

aanvullen - regelmatig werkwoord uitspraak: aan-vul-len 1. iets erbij doen ♢ ik heb zijn zakgeld wat aangevuld, zodat hij op vakantie kan 1. die twee vullen elkaar aan [wat de een niet heeft, dat h...

Lees verder
2015
2021-05-16
Bouw- en Vastgoedlexicon

Het Bouw- en Vastgoedlexicon door Hendrik Leurs.

Aanvullen

Het aanvullen van een bouwput met grond.

2014
2021-05-16
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

aanvullen

aflossen in het pandjeshuis: Ik wou van de week wel overslaan met de huur ... ik moet m’n gouën slotje anvullen, DE HAAN 6I.

1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aanvullen

aanvullen - (vulde aan, heeft aangevuld), 1. (gedeeltelijk gevulde kisten, bakken, flessen e.d.) geheel vol maken; 2. voltallig, volledig maken: het bestuur moet met twee leden aangevuld worden; het ontbrekende bijvoegen; iemands woorden -, bijvoegen wat eraan ontbreekt of wat men hem in de mond wenst te leggen.

1952
2021-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aanvullen

v., oanfolje, oanfolle.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanvullen

(vulde aan, heeft aangevuld), 1. (gedeeltelijk gevulde kisten, bakken, flessen e.d.) geheel vol maken; 2. voltallig, volledig maken: het bestuur moet met twee leden aangevuld worden; — het ontbrekende bij voegen; iemands woorden aanvullen, hem in de rede vallen en bijvoegen wat er aan ontbreekt of wat men hem in de mond wenst t...

Lees verder
1916
2021-05-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Aanvullen

Aanvullen - volmaken, opvullen, b.v. van kuilen, niet meer gebezigde ondergrondsche gangen, enz. die met aarde, zand of puin worden dichtgegooid: ook het opstoppen van eene springlading in den mijnbouw; — het ontbrekende bijvullen, een leemte wegnemen; aanvullend of regelend recht: rechtsregelen, welke slechts gelden voor zoover door de betrokken p...

Lees verder
1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanvullen

Aanvullen - (vulde aan, heeft aangevuld), (nagenoeg volle kisten, bakken, flesschen) geheel vol maken; voltallig, volledig maken: het bestuur moet met twee leden aangevuld worden; het ontbrekende bijvoegen; - iemands woorden aanvullen, hem in de reden vallen en bijvoegen wat er aan ontbreekt of wat men hem in den mond wenscht te legge...

Lees verder