Wat is de betekenis van aanvoeren?

2019
2022-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanvoeren

aanvoeren - Werkwoord 1. bevel voeren over, leiden Na enkele grote overwinningen kreeg hij een groot leger om aan te voeren. 2. aanbrengen, naartoe transporteren Zij voeren graan aan nu de oogst verloren is gegaan. 3. bijbrengen a...

Lees verder
2018
2022-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanvoeren

aanvoeren - regelmatig werkwoord uitspraak: aan-voe-ren 1. aangeven wat er moet gebeuren ♢ hij heeft het team goed aangevoerd 2. met een vervoermiddel ergens naar toe brengen ♢ de firma Bozo hee...

Lees verder
1973
2022-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aanvoeren

aanvoeren - (voerde aan, heeft aangevoerd), 1. (van personen) ze voeren of geleiden naar de plaats van bestemming, m.n. soldaten naar het front voeren; het bevel voeren over; als leider optreden; 2. (van zaken) aanbrengen door enig vervoermiddel of door een leiding: hout, stenen, levensmiddelen de olie wordt door buizen aangevoerd; 3. (fig.) bijbre...

Lees verder
1952
2022-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aanvoeren

v., oanfiere, liede; (van argumenten), bybringe.

1950
2022-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aanvoeren

(voerde aan, heeft aangevoerd), 1. (van personen) ze voeren of geleiden naar de plaats van bestemming, inz. krijgslieden, ten strijde voeren; het bevel voeren over; — als leider optreden; 2. (van zaken) aanbrengen door enig vervoermiddel of door een geleiding : hout, stenen, levensmiddelen aanvoeren; de olie wordt door buize...

Lees verder
1937
2022-12-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aanvoeren

voerde -, h. -gevoerd (1 geleiden inz. als bevelhebber; bevel voeren over; 2 met een vervoermiddel aanbrengen; 3 bijbrengen als bewijs, tot staving): 1 een roverbende -; de troepen -; 2 hout, steen, kalk -; 3 iets als bewijs -; argumenten - tegen; iets te zijner verontschuldiging -; -voering, v. (het aanvoeren in bet. 1,2,3; dikwijls met onder):...

Lees verder
1930
2022-12-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aanvoeren

('a:n) (voerde aan, heeft aangevoerd) 1. ten strijde voeren : de troepen - 2. het bevel voeren over : een leger - 3. met een vervoermiddel aanbrengen : hout -. Syn. → aanbrengen (1). 4. aanbrengen: water door buizen -. 5. aanhalen als bewijs: plaatsen uit schrijvers om zijn mening te staven. Syn. bijbrengen (1).

Lees verder
1898
2022-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanvoeren

Aanvoeren - (voerde aan, heeft aangevoerd), (van personen) ze voeren of geleiden naar de plaats van bestemming, inzonderheid krijgslieden, ten strijde voeren; het bevel voeren over; aanbrengen door eenig vervoermiddel: hout, steenen, levensmiddelen aanvoeren; (dicht.) de wind steekt op en voert de stormen aan; (fig.) bi...

Lees verder
1898
2022-12-01
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Aanvoeren

zie Bijbrengen. zie Aanbrengen

Lees verder