Wat is de betekenis van aanvallig?

2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanvallig

aanvallig - Bijvoeglijk naamwoord 1. bekoorlijk. 2. snoezig Woordherkomst afgeleid van aanval (stam van het werkwoord aanvallen) met het achtervoegsel -ig

Lees verder
1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aanvallig

aanval'lig, bn. (-er, -st), een aangename indruk makende, lief, bekoorlijk: een — kind.

1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aanvallig

ad)., oanfallich, floatsk, float(ich); al te —, oansjitsk; — meisje, float.

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanvallig

bn. (-er, -st), 1. een aangename indruk makende, hef, bekoorlijk: een aanvallig kind; in de aanvallige leeftijd van 4 jaar stierf mijn zusje; 2. (gew.) zich opdringend, vrijpostig; 3. (gew.) streng koud (van het weer).

Lees verder
1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanvallig

Aanvallig - (-er, -st), een aangenamen indruk makende, liefelijk, bekoorlijk, (van kinderen); (gew.) zich opdringend, aanhangend, vrijpostig: Jantje! wees niet zoo aanvallig; streng koud, (van het weer).