Aantrekken
(trok aan, heeft en is aangetrokken), 1. naar zich toe trekken; — ongelijknamige polen (van een magneet) trekken elkander aan; — (Zuidn.) iem. aantrekken, in zijn huis opnemen of toelaten; 2. iets door trekken op de vereiste plaats of in de vereiste stand brengen: het zeil, de deur aantrekken; een knoop v...