Wat is de betekenis van aantrekken?

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aantrekken

aantrekken - Werkwoord 1. (ov) een kracht uitoefenen die zaken naar zich toe doet bewegen De magneet trekt alle ijzerdeeltjes aan. 2. (ov) aanlokken De zoete geur trok veel wespen aan. Werken in een zie...

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aantrekken

aantrekken - onregelmatig werkwoord uitspraak: aan-trek-ken 1. het strakker doen ♢ hij trok de veters een beetje aan 1. de buikriem aantrekken [zuiniger gaan leven] ...

Lees verder
2017
2023-02-06
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Aantrekken

Aantrekken - 'de sprint aantrekken': plotseling de snelheid verhogen. Een renner die de sprint voor een andere renner dient aan te trekken moet deze laatste meenemen in de abri waardoor hij ( = de kopman) zich aan zijn voorrijder kan optrekken. Ik zal de sprint voor Vanderaerden blijven aantrekken. Dan weten we meteen of hij er nog overheen komt. -...

Lees verder
2004
2023-02-06
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

aantrekken

- iemand aftrekken, iemand aanhalen, iemand dikwijls (te gast) vragen.

1981
2023-02-06
Zuidnederlands Woordenboek

Schrijver op Ensie

aantrekken

M. betr. t. pers.: aanhalen, regelmatig op visite vragen, regelmatig omgang zoeken (met iem.). Het schijnen geen al te bijzonder recommandable jongelingen te zijn, naar ik zoo hoor, ging Tante voort zoodra de meid verdwenen was. In uw plaats, Marie, zou ik ze maar niet te veel aantrekken, BUYSSE 1924, 52. Die vrijer van haar, die wordt nogal eens...

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aantrekken

aan'trekken (trok aan, heeft en is aangetrokken), 1. naar zich toe trekken; ongelijknamige polen (van een magneet) trekken elkaar aan; (wielrennen) aangetrokken spurt, geleidelijk ingezette spurt waardoor de leider de andere renners optrekt; 2. iets door trekken op de vereiste plaats of in de vereiste stand brengen: het zeil —; een knoop vaster —;...

Lees verder
1963
2023-02-06
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

aantrekken

(trok aan, heeft aangetrokken), (ook, van bril:) opzetten. Etym.: In AN alleen gezegd van kleding. Vgl. ook SN aanpassen van een bril. Zie ook: dragen.

Lees verder
1952
2023-02-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aantrekken

v., oantrekke, oanlûke; met een ruk —, oanskuorre; (van kleren) oandwaen, oantsjen, oanstrûpe; zich iets —, jin eat neinimme, oantsjen; dat trekt ze zich erg aan, dêr hat se tige mei to dwaen, dat sit, leit har heech; zich de dingen erg —, oantreklik wêze; zich e...

Lees verder
1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aantrekken

(trok aan, heeft en is aangetrokken), 1. naar zich toe trekken; — ongelijknamige polen (van een magneet) trekken elkander aan; — (Zuidn.) iem. aantrekken, in zijn huis opnemen of toelaten; 2. iets door trekken op de vereiste plaats of in de vereiste stand brengen: het zeil, de deur aantrekken; een knoop v...

Lees verder
1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aantrekken

trok h. (1, 2, 3, 4, 5, 7), is (6) -getrokken (1 tot zich trekken; 2 aanlokken, bekoren', 3 iets vaster doen sluiten', 4 van kledingstukken enz.: aandoen', 5 door trekken aan het branden brengen', 6 aan het branden raken; 7 refl. ter harte nemen, er zorg voor dragen; zich over iets gekrenkt of bedroefd gevoelen): 1 de magneet tr...

Lees verder
1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aantrekken

('a:n) (trok aan. trokken aan; aangetrokken) I. (heeft) 1. door het wegnemen van de afscheiding, er mee verenigen : een stuk weiland bij zijn eigendom -. 2. Mil. met het hoofdkorps verenigen : troepen naar het midden -. 3. tot zich trekken : trek het teeblad wat aan ; de magneet trekt ijzer aan. 4. vaster trekken : een knoop -. 5. door een...

Lees verder
1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aantrekken

Aantrekken - (trok aan, heeft en is aangetrokken), iets naar zich halen door het aan te vatten of (in de natuurk.) door eene innerlijke kracht een ander lichaam trachten naar zich toe te bewegen; (van lijm) vasthouden, de deelen stevig verbinden; (fig.) aanlokken, bekoren; - zich aangetrokken gevoelen (door iemand of iets), een aangen...

Lees verder
1898
2023-02-06
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Aantrekken

zie Aandoen. zie Aanhalen.

Lees verder