Wat is de betekenis van aantrekken?

2025-12-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Aantrekken

(trok aan, heeft en is aangetrokken), 1. naar zich toe trekken; — ongelijknamige polen (van een magneet) trekken elkander aan; — (Zuidn.) iem. aantrekken, in zijn huis opnemen of toelaten; 2. iets door trekken op de vereiste plaats of in de vereiste stand brengen: het zeil, de deur aantrekken; een knoop v...

2025-12-17
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

aantrekken

aantrekken - Werkwoord 1. (ov) een kracht uitoefenen die zaken naar zich toe doet bewegen De magneet trekt alle ijzerdeeltjes aan. 2. (ov) aanlokken De zoete geur trok veel wespen aan. Werken in een zie...

2025-12-17
Jargon & Slang van Wielrenners

Marc De Coster (2017)

Aantrekken

Aantrekken - 'de sprint aantrekken': plotseling de snelheid verhogen. Een renner die de sprint voor een andere renner dient aan te trekken moet deze laatste meenemen in de abri waardoor hij ( = de kopman) zich aan zijn voorrijder kan optrekken. Ik zal de sprint voor Vanderaerden blijven aantrekken. Dan weten we meteen of hij er nog overheen komt. -...

2025-12-17
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

aantrekken

aantrekken - onregelmatig werkwoord uitspraak: aan-trek-ken 1. het strakker doen ♢ hij trok de veters een beetje aan 1. de buikriem aantrekken [zuiniger gaan leven] ...

2025-12-17
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

aantrekken

- iemand aftrekken, iemand aanhalen, iemand dikwijls (te gast) vragen.

2025-12-17
Politiek woordenboek

Marco Bunge (1985)

Aantrekken

Verbeteren: de economie trekt aan.

2025-12-17
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

aantrekken

M. betr. t. pers.: aanhalen, regelmatig op visite vragen, regelmatig omgang zoeken (met iem.). Het schijnen geen al te bijzonder recommandable jongelingen te zijn, naar ik zoo hoor, ging Tante voort zoodra de meid verdwenen was. In uw plaats, Marie, zou ik ze maar niet te veel aantrekken, BUYSSE 1924, 52. Die vrijer van haar, die wordt nogal eens...

2025-12-17
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

aantrekken

(trok aan, heeft aangetrokken), (ook, van bril:) opzetten. Etym.: In AN alleen gezegd van kleding. Vgl. ook SN aanpassen van een bril. Zie ook: dragen.

2025-12-17
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Aantrekken

v., oantrekke, oanlûke; met een ruk —, oanskuorre; (van kleren) oandwaen, oantsjen, oanstrûpe; zich iets —, jin eat neinimme, oantsjen; dat trekt ze zich erg aan, dêr hat se tige mei to dwaen, dat sit, leit har heech; zich de dingen erg —, oantreklik wêze; zich e...

2025-12-17
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

aantrekken

trok h. (1, 2, 3, 4, 5, 7), is (6) -getrokken (1 tot zich trekken; 2 aanlokken, bekoren', 3 iets vaster doen sluiten', 4 van kledingstukken enz.: aandoen', 5 door trekken aan het branden brengen', 6 aan het branden raken; 7 refl. ter harte nemen, er zorg voor dragen; zich over iets gekrenkt of bedroefd gevoelen): 1 de magneet tr...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-17
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

aantrekken

('a:n) (trok aan. trokken aan; aangetrokken) I. (heeft) 1. door het wegnemen van de afscheiding, er mee verenigen : een stuk weiland bij zijn eigendom -. 2. Mil. met het hoofdkorps verenigen : troepen naar het midden -. 3. tot zich trekken : trek het teeblad wat aan ; de magneet trekt ijzer aan. 4. vaster trekken : een knoop -. 5. door een...