Wat is de betekenis van aantonen?

2024-06-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

aantonen

aantonen - Werkwoord 1. (ov) wijzen Hij toonde aan de jongeren wat de gevolgen waren van hun baldadigheden. 2. (ov) bewijzen Eigenlijk kun je alleen in de wiskunde zaken aantonen in de andere wetenschappen kun je zaken eigenlijk alleen maar waarschijnlijk...

2024-06-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

aantonen

aantonen - regelmatig werkwoord uitspraak: aan-to-nen 1. laten zien dat het zo is ♢ we hebben aangetoond dat Jan het gedaan heeft Regelmatig werkwoord: aan-to-nen ik toon aan (... ik aantoon) ...

2024-06-14
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Aantonen

v., oantoane, oanwize, útwize, útwizing, dwaen.

2024-06-14
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Aantonen

(toonde aan, heeft aangetoond), 1. (met dat.) iemands aandacht op iets richten, hem het bestaan of de aard van iets doen opmerken: de gebreken van een werk, de reden, de bron van iets aantonen; 2. gevolgd door dat of hoe: de waarheid van een stelling of een feit doen opmerken, de bewijsgronden doen zien (vgl. betogen); ...

2024-06-14
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

aantonen

toonde -, h. -getoond (1 doen zien, doen opmerken; 2 de waarheid van iets doen opmerken, bewijzen; 3 aanduiden, uitdrukken): 1 de gebreken van een werk -; 2 —,dat een bewering geen steek houdt; 3 zijn houding toonde -, dat hij ...

2024-06-14
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

aantonen

('a:n) (toonde aan, heeft aangetoond) 1. doen zien : de reden van iets -; dat, hoe iemand ongelijk heeft. 2. zeker aanduiden : zijn houding toonde aan dat hij van nette afkomst was. Syn. zie: aanduiden (1).

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-14
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

aantonen

aan'tonen (toonde aan, heeft aangetoond), 1. (met datief) iemands aandacht op iets richten, hem het bestaan of de aard van iets doen opmerken: de gebreken van een werk, de reden, de bron van iets —; 2. gevolgd door dat of hoe: de waarheid van een stelling of van een feit doen opmerken, de bewijsgronden doen zien (vgl. betogen); 3. zijn houding toon...