Wat is de betekenis van aantal?

2019
2021-04-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aantal

aantal - Zelfstandignaamwoord 1. een onbepaalde maar telbare hoeveelheid Een aantal mensen was niet gekomen naar het feest. Woordherkomst Ontleend aan Duits Anzahl Verwante begrippen enige, enkele, sommige, groep, hoeveelheid, getal, tellen, kwantiteit, oplage, wat

Lees verder
2018
2021-04-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aantal

aantal - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan-tal 1. hoeveel het er zijn, een getal ♢ Jan heeft een aantal films gehuurd Zelfstandig naamwoord: aan-tal het aantal de aantallen ...

Lees verder
2017
2021-04-20
WizWijs

Inzicht voor leerling en leerkracht

aantal

Aantal is een synoniem van hoeveelheid.

1973
2021-04-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aantal

aan'tal, o. (-len), een onbepaalde veelheid, uit afzonderlijke eenheden bestaande; vrij veel: een — boeken, mensen (coll.); hierdoor kwam een — nieuwsgierigen te laat; (elk in het bijzonder); een —personen kreeg toestemming om ...

1952
2021-04-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aantal

s.n., tal (it), oantal (it); een —, in stikmannich, -mennich; een groot in smite, kloft, kliber, macht, keppel, espel (it), leger (it), protte, boel, poarsje (it), klute, heap, rêst, soad (it), nust, bulte; in groot —, by de mannichte, mennichte, by ’t soad, by de bult; me...

Lees verder
1950
2021-04-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aantal

o., een onbepaalde veelheid, uit afzonderlijke eenheden bestaande (wel te onderscheiden van getal dat de naam is van een bepaalde veelheid); zonder nadere bepaling meestal op te vatten als: vrij veel: een aantal boeken, mensen (collectief); hierdoor kwamen een aantal nieuwsgierigen te laat (elk in het bijzonder).

1936
2021-04-20
Koenen woordenboek

Koenen woordenboek 1936

aantal

o. (een onbepaalde hoeveelheid met de bijgedachte aan veel, grote hoeveelheid): een mensen, paarden, boeken; een groot -, menigte; een leger in — overtreffen.

1898
2021-04-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aantal

Aantal - o., eene onbepaalde hoeveelheid; - het, dit grootste aantal boeken is reeds uitverkocht, een aantal lijken dekt den grond (collectief); hierdoor kwamen een aantal nieuwsgierigen te laat (elk in 't bijzonder).