Wat is de betekenis van Aanstoot?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanstoot

aanstoot - Zelfstandignaamwoord 1. een ergernis veroorzaken, zich aan iets ergeren Zit toch niet zo'n aanstoot te geven! Veel mensen nemen aanstoot aan naaktfoto's in de openbare ruimte. 2. een botsing, of iets met een bruuske beweging een zetj...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanstoot

aanstoot - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan'stoot 1. waar je je aan ergert ♢ je geeft wel aanstoot met die korte rokken 1. een steen des aanstoots [wat hindernis of ergernis veroorzaakt] ...

Lees verder
2017
2021-01-25
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Aanstoot

Bewoner van een boerderij genaamd Aanstoot, die in de omgeving van Holten en Markelo in Overijssel gezocht moet worden. Ook elders is het toponiem bekend. Zoals 'den Aenstoet' (1337), het jachtslot van de hertogen van Gelre te Otterlo. Hiernaar noemde Roderic van den Aenstoet zich (1378). In Leiden was de familienaam Van den Aanstoot omstreeks 1800...

Lees verder
2000
2021-01-25
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Aanstoot

Aanstoot, iets waaraan men zich stoot; (fig.) persoon of zaak die ergernis of morele verontwaardiging wekt. Steeds in de volgende uitdrukkingen. Aanstoot geven, morele ergernis opwekken. Aanstootgevend, ergerniswekkend, kwetsend. Aanstoot nemen aan, zich ergeren aan; als kwetsend beschouwen. Steen des aanstoots, iets waaraan men zich ergert, oor...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aanstoot

aan'stoot, m., 2. het stoten of vallen van twee voorwerpen tegen elkaar; 2. (fig.) ontstemming, ergernis: — geven; — aan iets nemen; (bijbels) een steen des aanstoots, oorzaak van ergernis.

1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanstoot

m., 1. het stoten of vallen van twee voorwerpen tegen elkander ; 2. (bijb.) struikelblok; oorzaak van een zedelijke val, aanleiding tot zonde ; 3. (fig.) ontstemming, ergernis : aanstoot geven; aanstoot aan iets nemen ; 4. een steen des aanstoots, oorzaak van ergernis ; 5. aanstoot lijden (of hebben), aangevall...

Lees verder
1936
2021-01-25
Koenen woordenboek

Koenen woordenboek 1936

aanstoot

m. (eig. stoot in deze bet. in onbruik; fig. oorzaak van ergernis, aanleiding tot zonde; ergernis): geven; steen des -s (Bijbel, Jes. 8 : 14), reden tot ergernis; nemen aan, gehinderd zijn. Opm. is iets zachter dan ergernis.

1916
2021-01-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Aanstoot

Aanstoot - oorspr. een voorwerp, waaraan men zich stoot. Dan in zedelijke bet. iets, dat ergernis geeft, dat beleedigt. Vandaar a. geven. De uitdrukking een steen des aanstoots is ontleend aan Jes. 8:14, Rom. 9:33,1 Petr. 2:7.

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanstoot

Aanstoot - m., schok door het stooten of vallen van twee voorwerpen tegen elkander; struikelblok; oorzaak van een zedelijken val, aanleiding tot zonde; (fig.) schandaal, ergernis: aanstoot geven, (minder sterk dan) ergernis veroorzaken; - hij is de steen des aanstoots, door hem mislukt de zaak; ook: hij is een voorwerp van berisping;...

Lees verder