Synoniemen van aanslaan

2019-10-19

aanslaan

Aanslaan - (sloeg aan, heeft en is aageslagen), treffen met de snel bewogen hand of met een snel bewogen voorwerp dat men in de hand houdt; (kolfspel) den bal aanslaan, het eerst den bal in beweging brengen; (mil.) het geweer aanslaan, met eene vlugge beweging tegen de wang, aan den schouder leggen; - dat paard slaat aan, slaat onder het draven met den achterhoef tegen het hoefijzer van den voorhoef, strijkt zich; aan iem. de hand slaan, hem aantasten, aangrijpen; (muz.) ...

2019-10-19

aanslaan

aanslaan, 1. staande houden en aanspreken: Ik ga kijke, of ik een (meisje) kan aanslaan. We binne net mit ons viere. Gijn het ’t, dat is net voor ellek een; 2. (mensen) aanspreken om ze de weg te wijzen naar uitgaansgelegenheden en bordelen; aanklampen, aanspreken; 3. geheimen prijsgeven: Als je aanslaat ben je nog niet jarig met me zus, geef dus maar geen sjoege, haring; 4. boos reageren: Ook denken de meeste mensen als je in onze buurt woont, dat je pooier bent. Ik heb daar ook de schim vo...

2019-10-19

Aanslaan

Aanslaan - aanklampen, aanspreken. Syn.: aankleumen . Het aanklampen gebeurt meestal met roofzuchtige bedoelingen of om het geld (hoeren). Ze heeft echter net een klant aangeslagen en is met hem naar binnen gegaan. - A.C. Baantjer, Doden spreken niet (1981) ​

2019-10-19

Aanslaan

– Het vormen van nieuwe wortels, zoals bij stekken en verplante gewassen. – Het hechten van een verf of lak op een ondergrond.

2019-10-19

aanslaan

Aanslag - te ver doorzwaaien - van de balans in horizontale positie. Dit kan worden voorkomen door de kracht van de aandrijving (veer of gewicht) te beperken, het eind van de balanstap iets af te vlakken of het gewicht van de balans iets te vergroten. Zie ook: begrenzingsstift en varkenshaarreglage. f: rebattement, buter d: prellen e: knocking, banking

2019-10-19

aanslaan

aanslaan - onregelmatig werkwoord uitspraak: aan-slaan 1. kort aanraken ♢ zij sloeg de c aan op de piano 2. bepalen hoeveel hij waard is ♢ wij zijn door de belasting aangeslagen voor 5000 euro 3. beginnen te draaien ♢ na één keer proberen, sloeg de motor aan

2019-10-19

aanslaan

aanslaan - Werkwoord (scheidbaar) 1. even tegen iets slaan 2. op militaire wijze groeten De jonge soldaat moest bij iedere meerdere die hij tegenkwam de hand tegen de klep van zijn pet aanslaan. 3. in beslag nemen 4. gewaardeerd worden Het nieuwe product sloeg goed aan er werden direkt enorme aantallen verkocht. 5. aanplakken 6. ten verkoop bieden 7. waarschuwend blaffen

2019-10-19

aanslaan

aan'slaan (sloeg aan, heeft en is aangeslagen), I. overg., 1. treffen met de daartoe bewogen hand of met een voorwerp dat men daarin houdt; ook van klepels, hamers enz. die tegen iets slaan; (kolfspel) de bal —, het eerst de bal in beweging brengen; (muziek) een toets —, in beweging brengen en daardoor een toon laten horen; vandaar ook (fig.) een toon, een noot —, de daardoor aangeduide toon voortbrengen; een bepaalde toon —, door woorden en stembuiging zekere gemoedsstemming openbaren;...

2019-10-19

aanslaan

aanspreken, aanklampen In 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke, in de betekenissen ‘aanspreken’ en ‘een poging in ’t werk stellen’. Köster Henke geeft onder meer als voorbeeldzinnen: ‘Sla dien broger aan, misschien heeft hij poen’ en ‘Jongens, er moet aangeslagen worden, daar loopt mooi gajes daar wat van te halen is’. E.G. van Bolhuis geeft in 1937 in De Gabbertaal als tweede betekenis ‘aanklampen’. In...

2019-10-19

Aanslaan

Aanslaan - van een verbrandingsmotor, het met eigen kracht in beweging komen, zie MOTOR; — van een pomp, het door de zuigerwerking aanvoeren van de vloeistof, tot zuigleiding en pomp daarmede gevuld zijn; — van vaste stoffen in een vloeistof, zich aan de oppervlakte van iets vasthechten, neerslaan. — A. van zeilen, de zeilen bevestigen aan rondhouten of stagen, zoodat zij voor het gebruik gereed zijn.

2019-10-19

aanslaan

aanspreken; een poging in het werk stellen; ik zal dat heertje reis aanslaan; sla die broger (z.a.) aan, misschien heeft hij poen (z.a.); jongens, er moet aangeslagen worden, daar loopt mooi gajes (mensen, daar wat van te halen is).

2019-10-19

aanslaan

('a:n) (sloeg aan, aangeslagen) A. BEDR. (heeft) A1. [slaan, treffen] I. Eig. 1. Algm. er aan, op slaan : een toets, snaar -. 2. Inz. a. met de achterhoef tegen het hoefijzer van de voorvoet slaan : dat paard slaat gedurig aan. b. Veroud. er de hand aan slaan, aantasten, aangrijpen. II. Metn. door een toets aan te slaan (I 1) voortbrengen : sla de c even aan. III. Metf. [van I 2 b) 1. Algm. aanvangen, beginnen : komt in deze betekenis nog voor in „aanslag”. 2. Inz. beg...

2019-10-19

aanslaan

sloeg -, h. (in alle bet. behalve 10, 11), is -geslagen (1 snel even tegen iets slaan; 2 zich strijken; 3 laten horen; 4 mil. groeten; 5 in beslag nemen; 6 vasthechten, plakken aan een muur enz.; 7 ten verkoop aanbieden of stellen; 8 waarderen, baseren; 9 even een geluid laten horen inz. van honden; waarschuwen door blaffen; 10 zich vastzetten op iets: ruiten, ketels enz.; Z.-N. ook: beschimmelen; 11 wortels vatten): 1 een toets —, op een toets slaan en een toon laten horen; 2 het paard s...