Wat is de betekenis van aanroepen?

2019
2021-01-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanroepen

aanroepen - Werkwoord 1. (ov) met roepen iemands aan aandacht vragen Hij werd vanaf de overkant van het kanaal aangeroepen door een oude bekende. 2. (ov) bidden tot 3. (informatica) een subprogramma uitvoeren Woordherkomst samenstelling van aan(voorzetsel) en roepen(werkwoord)

Lees verder
2018
2021-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanroepen

aanroepen - onregelmatig werkwoord uitspraak: aan-roe-pen 1. zeggen dat hij moet komen ♢ zal ik een taxi voor je aanroepen? 2. om hulp vragen ♢ de gelovigen riepen de Heer aan Onregel...

Lees verder
1973
2021-01-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aanroepen

aan'roepen (riep aan, heeft aangeroepen), 1. zijn stem tot iemand verheffen, hetzij om hem tot zich te roepen, hetzij alleen om hem te doen horen en antwoorden: de schildwacht riep ons aan; 2. (fig.) om bijstand, hulp of redding smeken, hetzij door luid roepen, hetzij in stil gebed; de naam des Heren —, God als het hoogste wezen vereren of Hem als...

Lees verder
1950
2021-01-24
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanroepen

(riep aan, heeft aangeroepen), 1. zijn stem tot iem. verheffen, hetzij om hem tot zich te roepen, hetzij alleen om hem te doen horen en antwoorden: de schildwacht riep ons aan; 2. (fig.) om bijstand, hulp of redding smeken, hetzij door luid roepen, hetzij in het stille gebed : in den dag mijner benauwdheid roep ik U aan (Ps. 86 : 7);...

Lees verder
1936
2021-01-24
Koenen woordenboek

Koenen woordenboek 1936

aanroepen

riep -, h. -geroepen (1 tot iem. roepen om hem te doen stilhouden, te laten antwoorden; 2 hulp van een hoger wezen vragen; vereren; 3 in het voorbijgaan iem. dfhalen): 1 de schildwacht riep mij -; 2 God -; 3 ik kom u van middag —.

Lees verder
1926
2021-01-24
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Aanroepen

Het aanroepen van den Naam des Heeren is een der Schriftuurlijke uitdrukkingen voor het bidden. Inzonderheid duidt het aan, dat men hoorbaar en plechtig den Allerhoogste aanspreekt in tegenstelling tot het stille gebed, dat Hanna bijvoorbeeld opzond, en waarvan Paulus eveneens spreekt, wanneer hij handelt over het bidden met onuitsprekelijke verzuc...

Lees verder
1898
2021-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanroepen

Aanroepen - (riep aan, heeft aangeroepen), zijne stem tot iem. verheffen, hetzij om hem tot zich te roepen, hetzij alleen om hem te doen hooren en antwoorden: (mil.) de schildwacht riep ons aan; (fig.) om bijstand, hulp of redding smeeken, hetzij door luid roepen, hetzij in het stille gebed; (bijb.) den naam des Heeren aanroepen, God...

Lees verder