Wat is de betekenis van aanmerkelijk?

2019
2022-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanmerkelijk

aanmerkelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. aanzienlijk, tamelijk veel, tamelijk groot Hij had een aanmerkelijk belang in de firma. Auto's produceren een aanmerkelijk deel van de CO2 die mensen uitstoten. Woordherkomst Naamwoord van handeli...

Lees verder
2018
2022-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanmerkelijk

aanmerkelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: aan-mer-ke-lijk 1. behoorlijk groot of veel ♢ ze heeft dit keer aanmerkelijk beter gescoord Bijvoeglijk naamwoord: aan-mer-ke-lijk Synoniemen aanzienlijk, belangrijk, kapitaal, respec...

Lees verder
1973
2022-01-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aanmerkelijk

aanmer'kelijk, bn. en bw. (-er, -st), belangrijk, aanzienlijk, groot; bw., in een aanzienlijke mate, vrij sterk.

1950
2022-01-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanmerkelijk

bn. en bw. (-er, -st), belangrijk, aanzienlijk, groot; — bw.. in een aanzienlijke mate, vrij sterk.

1898
2022-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanmerkelijk

Aanmerkelijk - bn. en bw. (-er, -st), belangrijk, aanzienlijk, groot; (veroud.) opmerkelijk, merk-waardig; bw., in eene aanmerkelijke mate, sterk.