2019-12-14

aanmerkelijk

Aanmerkelijk - bn. en bw. (-er, -st), belangrijk, aanzienlijk, groot; (veroud.) opmerkelijk, merk-waardig; bw., in eene aanmerkelijke mate, sterk.

2019-12-14

aanmerkelijk

aanmerkelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. aanzienlijk, tamelijk veel, tamelijk groot Hij had een aanmerkelijk belang in de firma. Auto's produceren een aanmerkelijk deel van de CO2 die mensen uitstoten. Woordherkomst Naamwoord van handeling van aanmerken met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

2019-12-14

aanmerkelijk

aanmerkelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: aan-mer-ke-lijk 1. behoorlijk groot of veel ♢ ze heeft dit keer aanmerkelijk beter gescoord Bijvoeglijk naamwoord: aan-mer-ke-lijk Synoniemen aanzienlijk, belangrijk, kapitaal, respectabel Tegenstellingen gering, pover, weinig

2019-12-14

aanmerkelijk

aanmer'kelijk, bn. en bw. (-er, -st), belangrijk, aanzienlijk, groot; bw., in een aanzienlijke mate, vrij sterk.

2019-12-14

aanmerkelijk

(ain'merkələk) bn. en bw. (-er. -st) aanzienlijk, doch minder sterk en minder in gebruik : -e sommen; vergroot. Syn. aanzienlijk, merkwaardig, opmerkelijk. Tgst. zie: gering.