Wat is de betekenis van aanmatigend?

2020
2021-09-27
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

AANMATIGEND

UIT: Niemand neemt de media hun geliefde frame van een tweestrijd af (Johan Fretz, de Volkskrant, 29 augustus 2012) CONTEXT: Toen kwam het zogeheten premiersdebat. Ook al zo AANMATIGEND. Wat heb ik aan een premiersdebat als ik bij de verkiezingen niet op een kandidaat kan stemmen die bij het verkrijgen van de meeste stemmen ook daadwerkelijk autom...

Lees verder
2019
2021-09-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanmatigend

aanmatigend - Bijvoeglijk naamwoord 1. arrogant, pretentieus Het aanmatigend optreden van Jan I maakte hem niet populair bij de adel. aanmatigend - Werkwoord 1. onvoltooid deelwoord vanaanmatigen

Lees verder
2001
2021-09-27
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Aanmatigend

Aanmatigend, arrogant, dik doend, gewichtig, hautain, hooghartig, hoogmoedig, ijdel, ingebeeld, laatdunkend, minachtend, opgeblazen, opschepperig, pedant, pretentieus, snobistisch, trots, verwaten, zelfgenoegzaam, zelfingenomen. Gezien het grote aantal woorden dat de Nederlandse taal kent voor één soort gedrag, is het wel duidelijk da...

Lees verder
1973
2021-09-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aanmatigend

aanma'tigend, bn. en bw. (-er, -st), blijk gevende van aanmatiging: — optreden; op aanmatigende toon spreken, laatdunkend, trots; bw., op die wijze.

1952
2021-09-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aanmatigend

adj. & adv., bazich, mastereftich, astrant; -e vrouwe, masteresse; zeerzijn, in hiele prefekt wêze; minderworden, bihelterje, bitommelje.

1950
2021-09-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanmatigend

bn. en bw. (-er, -st), blijk gevende van aanmatiging : aanmatigend optreden ; op aanmatigende toon spreken, laatdunkend, trots; — bw., op die wijze.

1898
2021-09-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanmatigend

Aanmatigend - bn. en bw. (-er, -st), blijk gevende van aanmatiging; laatdunkend, trotsch; bw. op eene wijze, die van aanmatiging getuigt. AANMATIGER, m. (-s). AANMATIGSTER, v. (-s).