Wat is de betekenis van Aanleg?

2020
2022-07-02
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

aanleg

(1939) (homotaal, euf.) homoseksuele of lesbische geaardheid. • Het kunnen mannen of vrouwen zijn en hun liefde kan al naar hun aanleg naar een jongen of naar een meisje uitgaan. (Leeuwarder courant, 24/03/1984) • (Arendo Joustra: Homo-erotisch woordenboek. 1988) • (Hanneke Kunst en Xandra Schutte: Lesbiaans, Lexicon van de Lesbotaal...

Lees verder
2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanleg

aanleg - Zelfstandignaamwoord 1. het aanleggen De aanleg van het nieuwe vliegveld liep grote vertraging op 2. plantsoen 3. geneigdheid, talent, begaafdheid Hij had een grote muzikale aanleg. 4. instantie De zaak werd...

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanleg

aanleg - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan-leg 1. aangeboren handigheid of geschiktheid voor iets ♢ Joop heeft aanleg voor wiskunde 2. het maken of bouwen van iets ♢ wie betaalt de aanleg van...

Lees verder
2017
2022-07-02
Marc De Coster

Auteur van o.a. Het Groot Scheldwoordenboek

Aanleg

Aanleg - aangeboren vatbaarheid voor een bepaalde ziekte. Ook wel dispositie genoemd.

2016
2022-07-02
Rechtspraak

Begrippen in de rechtspraak

Aanleg

De rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State).

2003
2022-07-02
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Aanleg

Sommige kinderen hebben het meeste van hun moeder geërfd en andere kinderen hebben meer van hun vader. Een kind krijgt vijftig procent mee van het erfelijke materiaal van zijn vader en vijftig procent van zijn moeder. Uiterlijk kan hij sprekend op een van zijn ouders lijken, maar ook een beetje op allebei. De erfelijke eigenschappen van zijn ouders...

Lees verder
1991
2022-07-02
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Aanleg

Aanleg - historische benaming voor lesbische, homoseksuele geaardheid. Wel voelde ik, dat ik met mijn aanleg alleen stond, en dikwijls dacht ik: zouden er niet ook andere zulke menschen bestaan? (Stokvis, 1939). Ook inborst en inslag.

Lees verder
1987
2022-07-02
Reclame woordenboek

Frans van Lier - 1987

Aanleg

Voorziening op grafische machines (drukpersen, snijmachines) waar het te verwerken materiaal tegenaan gelegd wordt vóór de verwerking; het materiaal komt dan in een goede baan.

1981
2022-07-02
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Aanleg

1. aangeboren begaafdheid; men heeft b.v. aanleg om te schilderen; 2. tuinaanleg, parkaanleg, b.v. met paden en perken; 3. rechtskundig: instantie, b.v. in eerste aanleg, in eerste instantie.

Lees verder
1974
2022-07-02
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

aanleg

van plant of dier, het in de cel aanwezige vermogen zich onder bepaalde omstandigheden op een bepaalde wijze te ontwikkelen. De aanleg is het genotype, het geheel van erffactoren.

1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aanleg

aan'leg, m. (geen mv.), het aanleggen in verschillende toepassingen: 1. van een geweer; 2. — op stukgoederen, het in lading leggen om vrachtgoederen in te nemen; 3. (rechtsterm) in eerste —, in eerste instantie; rechtbank van eerste —, benaming der tegenwoordige arrondissementsrechtbanken in België , en vóór 1838 in Nederland; 4. het tot-standbreng...

Lees verder
1965
2022-07-02
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

AANLEG

1. psychische geschiktheid. In de psychologie van de 19e eeuw heerste de opvatting dat er in de menselijke ziel onafhankelijke vermogens bestonden: verstand, → wil en → gevoel.

1954
2022-07-02
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Aanleg

praedispositie, meer dan gemiddelde geschiktheid om een bepaalde ziekte te krijgen of een buitengewone prestatie te leveren; kan erfelijk zijn, maar ook vóór of na de geboorte verworven en dan bijv. weer het gevolg zijn van een andere ziekte,zie ook diathese. Aanpassing adaptatie, veel gebruikte term om op tal van gebieden aan te dui...

Lees verder
1954
2022-07-02
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Aanleg

1. Wijze van aanleggen (tuin, plantsoen). 2. Hoeveelheid schoven die men op de dorsvloer aanlegt. 3. (biol.) A. (erfelijke a.) van een plant of dier is het in de cel of cellen, waaruit het ontstaat (spore, bevruchte eicel, enz.), aanwezige vermogen zich onder bepaalde omstandigheden op een bepaalde wijze te ontwikkelen (z. Genotype). 4. (bouwk.) De...

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aanleg

s., oanliz; (talent), fetberens.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aanleg

m., het aanleggen in verschillende toepassingen : 1. van schietgeweer; 2. aanleg op stukgoederen, het in lading leggen om vrachtgoederen in te nemen ; 3.(veroud., Zuidn.) oogmerk, toeleg; 4. (rechtst.) in eerste aanleg, in eerste instantie ; — rechtbank van eerste aanleg, vóór 1838 de benaming der tegenwo...

Lees verder
1949
2022-07-02
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Aanleg

(1) (zielk.:) het geheel van iemands aangeboren eigenschappen; (2) (recht:) 1ste A., 1ste behandelende rechterl. instantie, nl. kanton- resp. vrederechters bij overtredingen en geringe burg. zaken; arrond. rechtbanken (rechtb. van iste A.) bij belangrijker zaken; (Big.) assizenhoven als iste en laatste A. bij criminele zaken.

Lees verder
1947
2022-07-02
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Aanleg

(1 zielkunde), het geheel der aangeboren eigenschappen (z begaafdheid en karakterologie). (2 rechtspraak). Behandeling ener zaak in eerste aanleg wil zeggen behandeling bij den eersten rechter of het eerste rechterlijk college, dat van die zaak kennis neemt. Bij latere behandeling door een hogeren rechter wordt in den regel niet meer gesproken van...

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aanleg

m. (1 het uitvoeren van verschillende werken, het graven, maken enz.; 2 het uitgevoerde werk inz. plantsoen, park; 3 natuurlijke geschiktheid, talent; 4 geneigdheid tot; 5 rechtst. instantie; 6 het aanleggen in bet. 4): 1 de — van kanalen; 2 het is hier een nieuwe -; 3 - voor wiskunde hebben; 4 — voor zwaarmoedigheid; 5 in eerste -...

Lees verder
1933
2022-07-02
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Aanleg

natuurlijke, lichamelijke of geestelijke gesteldheid, die een grooter dan normale mogelijkheid tot ontwikkeling oplevert; in de bouwkunde de voet van een fundament.