Wat is de betekenis van aankoop?

2019
2022-10-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aankoop

aankoop - Zelfstandignaamwoord 1. (handel) datgene wat men aankoopt Mijn vader kwam zijn nieuwste aankoop trots aan me tonen. 2. (handel) de daad van het aankopen De aankoop kon niet doorgaan omdat ik mijn geld was vergeten. aankoop - ...

Lees verder
2018
2022-10-01
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Aankoop

Aankoop is de algemene benaming voor het proces van het totaal aan activiteiten met betrekking tot de verwerving van een bepaald product, dan wel − afhankelijk van de context − het recent verworven product zelf.

2018
2022-10-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aankoop

aankoop - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan-koop 1. wat je koopt ♢ die auto was onze duurste aankoop Zelfstandig naamwoord: aan-koop de aankoop de aankopen Tegenstellingen...

Lees verder
1993
2022-10-01
NIMA

Nima marketing lexicon

Aankoop

(koop) Stadium in het besluitvormingsproces van de afnemer waarin deze door een handeling het gewenste product verwerft (doorgaans na voltooiing van een keuzeproces uit een aantal mogelijkheden).

Lees verder
1990
2022-10-01
BDI

BDI terminologie

aankoop

zie: koop.

1973
2022-10-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aankoop

aan'koop, m. (-kopen), 1. het aankopen: door — eigenaar worden; 2. het aangekochte.

1950
2022-10-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aankoop

m. (...kopen), 1. het aankopen: door aankoop eigenaar worden; 2. het aangekochte.

Lees verder
1937
2022-10-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aankoop

m. -kopen (1 het aankopen; 2 het aangekochte): 1 door -, door te kopen; -kopen doen; 2 de nieuwe -kopen zien.

Lees verder
1930
2022-10-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aankoop

('a:n) m. (...kopen) 1. Eig. het aankopen : ...kopen doen. 2. Metn. het aangekochte : zijn ...kopen laten zien.

Lees verder
1898
2022-10-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aankoop

Aankoop - m. (-en), het aankoopen; het aangekochte.