Wat is de betekenis van aankomst?

2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aankomst

aankomst - Zelfstandignaamwoord 1. de bestemming bereiken, het aankomen De aankomst van de vluchtelingen was een heel mediaspektakel. Woordherkomst Naamwoord van handeling van aankomen met het achtervoegsel -st Uitdrukkingen en gezegden ♦ op zo'n 300...

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aankomst

aankomst - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan-komst 1. het arriveren ♢ bij aankomst bleek dat we veel te laat waren Zelfstandig naamwoord: aan-komst de aankomst

Lees verder
2017
2022-09-29
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Aankomst

Aankomst - einde van de wedstrijd; de eindstreep; het arriveren bij het eindpunt van de wedstrijd.

2009
2022-09-29
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

aankomst

Einde van de wedstrijd; de eindstreep; het arriveren bij het eindpunt van de wedstrijd. Dat tijdens de aankomst in Meerssen geen ongelukken gebeurden, was een wonder. Renners en vooral sprinters zijn gelukkig behendig genoeg om obstakels te ontwijken. (NRC Handelsblad, 23/04/1990)

Lees verder
2009
2022-09-29
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

aankomst

→ finish (1)

1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aankomst

aan'komst, v., (geen mv.), het aankomen, het bereiken van een plaats, zijn bestemming.

1952
2022-09-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aankomst

s., oankomst, oankommen (it).

1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aankomst

v. 1., het aankomen, het bereiken ener plaats ; 2. (recht.) verkrijging, verwerving; titel van aankomst, titel van verkrijging, inz. eigendomstitel.

Lees verder
1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aankomst

v. (het aankomen): de - van.

1930
2022-09-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aankomst

('a:n) v. het aankomen. Syn. aanmars, aantocht, aanvaart. Tgst. zie: afmars.

Lees verder
1898
2022-09-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aankomst

Aankomst - v., het aankomen, het bereiken eener plaats; (oude rechtsterm) titel van bezit; bewijs, recht van eigendom.