Wat is de betekenis van aanhechten?

2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanhechten

aanhechten - Werkwoord 1. vastmaken 2. een nieuwe of gebroken draad vasthechten Woordherkomst samenstelling van aan(voorzetsel) en hechten(werkwoord)

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanhechten

aanhechten - regelmatig werkwoord uitspraak: aan-hech-ten 1. aan iets vastmaken ♢ de draad is aangehecht met een dubbele steek Regelmatig werkwoord: aan-hech-ten ik hecht aan (... ik aanhecht) ...

Lees verder
2015
2022-07-04
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

aanhechten

toevoegen Oost-Jeruzalem, waar zich volgens de overlevering de tempel van Salomon bevond en waar de joodse Klaagmuur staat, is door Israël in de oorlog van 1967 bezet en daarna aangehecht. (dagblad) In het Frans: 'attacher'. Geen Algmeen Nederlands Gangbaarheid: 3 Vlaamsheid: 2

Lees verder
1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aanhechten

aan'hechten (hechtte aan, heeft aangehecht), 1. (losjes) door hechten (met een draad, een strootje e.d.) bevestigen; 2. een nieuwe draad beginnen of een afgebroken draad weer vasthechten (bij naai-, brei- of spinwerk); 3. annexeren.

1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aanhechten

v., heftsje, hecht(sj)e.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aanhechten

(hechtte aan, heeft aangehecht), 1. (losjes) door hechten (met een draad, een strootje e.d.) bevestigen; 2. een nieuwe draad beginnen of een afgebroken draad weer vasthechten (bij naai-, brei- of spinwerk); 3. annexeren.

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aanhechten

hechtte h. -gehecht (vastmaken, verbinden; v. naai- en breiwerk: een nieuwe draad -beginnen of een afgebroken draad weer vasthechten); -ing, v. -en (het aanhechten; plaats, waar aangehecht is).

1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanhechten

Aanhechten - (hechtte aan, heeft aangehecht), vastmaken; een nieuwen draad beginnen (bij naai-, brei- of spinwerk); annexeeren.