Aangrijpen
(greep aan, heeft aangegrepen), 1. aanvatten door grijpen, d.i. door de hand naar het voorwerp uit te strekken, met verschillende oogmerken: om het vast te houden, te gebruiken of voor zich te nemen; om het gegrepene te redden of voor een ongeluk te behoeden ; om zich aan het gegrepene vast te houden : een drenkeling grijpt zelfs een strohalm aa...