Wat is de betekenis van Aangezicht?

2020
2021-09-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

aangezicht

Het begrip aangezicht heeft 4 verschillende betekenissen: 1) gezicht. samenhangend geheel van kin, mond, wangen, neus, ogen, slapen en voorhoofd; voorkant van het hoofd van een mens vanaf de haargrens; gezicht. 2) aanzicht. wijze waarop iets eruitziet; aanzicht; aanblik. 3) algehele plaatje. algehele plaatje; landschap, tonee...

Lees verder
2019
2021-09-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aangezicht

aangezicht - Zelfstandignaamwoord 1. het gezicht, het gelaat Woordherkomst samenstelling van aan en gezicht Spreekwoorden ♦ Uit iemands aangezicht gesneden zijn. Sterk lijken op iemand. ♦ Wie zijn neus schendt, schendt zijn a...

Lees verder
2000
2021-09-25
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Aangezicht

In, voor het aangezicht van, in rechtstreekse confrontatie met. Van aangezicht tot aangezicht, in rechtstreeks, persoonlijk contact, vaak met de bijgedachte dat de ontmoeting een bijzonder of plechtig karakter heeft. Aangezicht heeft in oudere teksten de abstracte betekenis ‘het zien, aanzien’, en vandaar ook ‘tegenwoordigheid’, maar ook de concre...

Lees verder
1973
2021-09-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aangezicht

aan'gezicht, o. (-en), voorste gedeelte van het hoofd beneden de grens der haarinplanting, gezicht; in de spreekt, niet in gebruik, behalve in het spr. wie zijn neus schendt, schendt zijn —, wie zijn familie door de modder haalt, deelt zelf in de schande: oneig.: wie zich in een belangrijk opzicht blootstelt, raakt daardoor geheel in diskrediet; ee...

Lees verder
1954
2021-09-25
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Aangezicht

facies, gelaat.

1952
2021-09-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aangezicht

s.n., antlit (it), wêzen (it) gesicht (it), troanje.

1949
2021-09-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Aangezicht

Het onbehaarde deel van het hoofd, waarin de voornaamste zintuigen zijn gelegen: oog, oor, smaak, reuk enz.; Aangezichtsverlamming, Verlamming van de gelaatsspieren.

1933
2021-09-25
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Aangezicht

voorzijde v/h hoofd; a.kramp, onwillekeurige spiertrekking (tic convulsif of douloureux); a.-verlamming, verl. v/d 7e hersenzenuw die gewoonlijk slechts een helft v/h aangezicht aantast.

1916
2021-09-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Aangezicht

Aangezicht - de voorzijde van het menschelijk hoofd, zie HOOFD;—bij het paard dat gedeelte van het hoofd, dat tusschen den rug van den neus en de wangen ligt en tot aan de voorlip reikt. Dit gedeelte moet zacht gewelfd, mager en droog zijn. Bij jonge paarden, die nog niet gewisseld hebben, is het aangezicht meer bol. Tot het aangezicht behoort de k...

Lees verder
1898
2021-09-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aangezicht

Aangezicht - o. (-en), de daad van aanzien; de blik, iemand in zijn aangezicht beschimpen, uitlachen, dat hij het ziet; tegenwoordigheid, onmiddellijke nabijheid: iemand iets in het aangezicht zeggen, heeten liegen, vrijmoedig, onbeschaamd zeggen, heeten liegen; uiterlijke vorm van iets, de wijze, waarop iets zich aan on...

Lees verder