Wat is de betekenis van aangetrouwd?

2019
2021-10-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aangetrouwd

aangetrouwd - Bijvoeglijk naamwoord 1. (familie) aangehuwd; door het huwen lid worden van een familie De aangetrouwde familieleden worden ook wel de koude tak genoemd. De man van mijn zus is een aangetrouwd familielid en wordt wel zwager genoemd....

Lees verder
1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aangetrouwd

aan'getrouwd, bn., aangehuwd: aangetrouwde kinderen, familie.

1952
2021-10-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aangetrouwd

adj., oantroud; -e neven en nichten, kalde omke- en muoikesizzers.

1898
2021-10-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aangetrouwd

Aangetrouwd - bn., (gemeenz. dan) aangehuwd.

1898
2021-10-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Aangetrouwd

zie Aangehuwd.