Wat is de betekenis van aangenaam?

2020
2021-01-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

aangenaam

Het begrip aangenaam heeft 2 verschillende betekenissen: 1) zo dat men het graag ondervindt. zo dat men het graag ondervindt of meemaakt; genoegen gevend; prettig. 2) prettig voor de zintuigen. prettig aanvoelend voor de zintuigen; prettig voor het gevoel, de smaak, het gehoor of de reuk.

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aangenaam

aangenaam - Bijvoeglijk naamwoord 1. een positief gevoel oproepend Het is een aangename gewaarwording als je merkt dat je werk een goed effect heeft gehad. Synoniemen plezierig, prettig, positief, lekker, leuk, aardig Antoniemen onaangenaam Verwante begrippen gezell...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aangenaam

aangenaam - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: aan-ge-naam 1. waarvan je in een goede stemming komt ♢ hij had een aangename stem Bijvoeglijk naamwoord: aan-ge-naam de/het aangename ... iet...

Lees verder
2017
2021-01-25
Wiki

Samenvattingen van Wikipedia artikelen.

Aangenaam

Het was het eerste album na de muzikale doorstart van deze zanger. Het was een tijdje stil geweest rond de zanger, terwijl de acteur Cox het druk had met werk. Cox liet zich bijstaan door muziekproducent/arrangeur Aad Klaris. Ere arrangeurs waren Gerard Stellaard, Harry van Hoof wn John van der Ven. Het album bevat een mengeling van zelf geschre...

Lees verder
2017
2021-01-25
Beursspeculanten

Jargon & Slang van Beursspeculanten

Aangenaam

Aangenaam - gewild, gezocht. Vb.: De Engelse effecten zijn iets aangenamer.

1980
2021-01-25
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

aangenaam

zie erfgenaam

1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aangenaam

aan'genaam. 1. bn. en bw. (aangenamer, aangenaamst), (een gevoel, een gewaarwording) van die aard, dat men het gaarne ondervindt; behaaglijk; (van personen, zaken, hoedanigheden) zó gesteld dat zij een welkome indruk geven, een prettig gevoel opwekken; strelen, zacht; weer; een mens; zelfst.: het nuttige met het aangename verenigen; 2. bw., op een...

Lees verder
1936
2021-01-25
Koenen woordenboek

Koenen woordenboek 1936

aangenaam

1 bn.; aangenamer, -st (1 van hetgeen men gaarne aanneemt, ondervindt, voelt, ziet, hoort enz.: prettig, genoeglijk, behaaglijk, zoet, liefelijk; 2 beurst.: willig): 1 een — gezelschap; zich bij iem. — maken, iems. gunst weten te verwerven; kennis (te) maken; het was mij (zeer) — (te vernemen); 2 oliewaarden -; 2 bw. (op een wijze...

Lees verder
1921
2021-01-25
Levende taal

T. Pluim - 1921

Aangenaam

letterlijk: wat aangenomen wordt, wat bevalt.

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aangenaam

Aangenaam - bn. en bw. (aangenamer, aangenaamst), (een gevoel, eene gewaarwording) van dien aard, dat men het gaarne ondervindt; behaaglijk, zoet; (van personen, zaken, hoedanigheden) zoo gesteld, dat zij een aangenamen indruk geven, een aangenaam gevoel opwekken; streelend, zacht, heerlijk; - zich bij iemand aangenaam maken, zijne gunst wet...

Lees verder