Wat is de betekenis van Aangekleed?

2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aangekleed

aangekleed - Bijvoeglijk naamwoord 1. met kleren aan aangekleed - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van aankleden Antoniemen onaangekleed

Lees verder
1998
2022-05-20
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Aangekleed

1. aangeklede draadnagel/lantaarnpaal/kapstok/ strijkplank/spijker/tuinslang/voorloop, spottende benamingen voor een mager persoon. De uitdr. kan zowel op een man als een vrouw slaan. Wellicht bestaan er nog veel meer varianten. De aangeklede voorloop komt uit het ha- venj argon. De voorloop of voorloper is een stuk kabel dat aan het anker zit, voo...

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aangekleed

aan'gekleed, bn., in enige zegsw.: een aangeklede boterham, boterham met vlees, worst, koek of kaas; een aangeklede aap, iemand die bespottelijk gekleed is, (ook) een zeer lelijk mens; een aangeklede borrel, met hartige hapjes; zelfst.: gaat uit, gezegd van iemand die met in het oog lopende zorg, meestal bespottelijk, gekleed is en daarmee pronkt.

Lees verder
1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aangekleed

(volt. deelw. van aankleden, als bn. in zegswijzen): een -geklede boterham, a) belegd met koek, kaas of vlees, b) eenvoudig avondpartijtje, ook een -geklede pijp geheten; een -geklede aap, foeilelijk mens.

1898
2022-05-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aangekleed

Aangekleed - bn. een aangekleede boterham, boterham met vleesch, worst, koek of kaas; een avondpartijtje, ook een aangekleede pijp geheeten; - een aangekleede aap, iem. die bespottelijk gekleed is, een zeer leelijk mensch; - aangekleed gaat uit, gezegd van iem. die in het oog loopend mooi, meestal bespottelijk, gekleed is en da...

Lees verder