Aaneengeschakelde -, Doorgaande waterpassing
Het bepalen van het hoogteverschil van twee verwijderde punten op een terrein, met behulp van een waterpasinstrument. Daartoe worden op afstanden van 50 M. piketten in den grond geslagen, gelijk met het bovenvlak van den bodem; op deze worden baken gehouden en de hoogtepunten van baak tot baak genoteerd op een staat, waarbij de aflezingen op de voo...