Wat is de betekenis van aandoenlijk?

2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aandoenlijk

aandoenlijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. ontroerend, vertederend Het lachende kind was een aandoenlijk gezicht. 2. aangrijpend, licht vatbaar voor aandoeningen en indrukken Woordherkomst afgeleid van aandoen met het achtervoegsel -lijk Antoniemen onaandoenlijk Verwante b...

Lees verder
2018
2022-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aandoenlijk

aandoenlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: aan-doen-lijk 1. waardoor tedere gevoelens opkomen ♢ hij deed aandoenlijk zijn best om aardig te zijn Bijvoeglijk naamwoord: aan-doen-lijk de/het aandoenlijke ......

Lees verder
1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aandoenlijk

aandoenlijk, bn. en bw. (-er, -st), 1. licht vatbaar voor aandoeningen en indrukken, gevoelig: een — gestel, gemoed; 2. treffend, roerend: een verhaal; iets beschrijven, vertellen.

1952
2022-11-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aandoenlijk

adj. & adv., oandwaenlik; — zijn, yn it moed taeste.

1950
2022-11-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Aandoenlijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. licht vatbaar voor aandoeningen en indrukken, gevoelig: een aandoenlijk gestel, gemoed; 2. treffend, roerend : een aandoenlijk verhaal; iets aandoenlijk beschrijven, vertellen.

Lees verder
1937
2022-11-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

aandoenlijk

bn. (1 treffend, roerend, met de bijgedachte aan iets weemoedige; 2 voor indrukken vatbaar; week, licht geroerd): een - 1 verhaal, 2 gemoed; -heid, v.

Lees verder
1930
2022-11-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aandoenlijk

(a:n'doenlək) bn. en bw. (-er, -st) 1. geschikt om weemoedig aan te doen ; een- tafereel. Syn. roerend, schokkend, treffend. 2. geschikt om aangedaan te worden : een gestel, gemoed. Syn. gevoelig. Tgst. koel. aandoenlijkheid v.

Lees verder
1898
2022-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aandoenlijk

Aandoenlijk - bn. en bw. (-er, -st), gevoelig, licht vatbaar voor indrukken en aandoeningen: een aandoenlijk gestel, gemoed; geschikt om weemoedige aandoeningen te verwekken: een aandoenlijk verhaal; iets aandoenlijk beschrijven, vertellen. AANDOENLIJKHEID, v.