Synoniemen van aandoening

2020-02-27

aandoening

1) Ziekte van een lichaamsdeel; 2) slechte werking van een orgaan of van lichaamsweefsel. De woorden ‘aandoening’ en ‘ziekte’ worden vaak door elkaar gebruikt. Een aandoening is meestal meer een ziekelijke verandering van je lichaam of een lichaamsdeel. Het woord ‘ziekte’ is algemener. Mensen zeggen eerder ‘keelaandoening’ dan ‘keelziekte’. Het verschil tussen deze woorden is niet zo precies. De woorden ‘gewrichtsziekte’ en ‘gewrichtsaandoening’ worden bijvoorbeeld do...

2020-02-27

aandoening

Aandoening - v. (-en), min of meer ziekelijk gevoel van het lichaam of een zijner deelen: eene aandoening van koorts; eene lichte aandoening op de oogen; iedere geleidelijke verandering (klein of groot, aangenaam of niet) in den gemoedstoestand van den mensch: aandoeningen van vreugde, van wellust, van droefheid, van smart; - met aandoening, met weemoed, droefheid; - van aandoening kon zij niet meer spreken, van onvergroote blijdschap.

2020-02-27

aandoening

aandoening - Zelfstandignaamwoord 1. ziekte van een beperkt gedeelte van het lichaam De oude vrouw had een ernstige aandoening aan haar longen. 2. ontroering De jongen vrouw moest huilen van aandoening. 3. is de verzameling van symptomen, syndromen, klinische tekens, ziekten, handicaps en letsels Woordherkomst Naamwoord van handeling van aandoen met het achtervoegsel -ing <ref...

2020-02-27

aandoening

aandoening - zelfstandig naamwoord uitspraak: aan-doe-ning 1. probleem met je gezondheid ♢ sommige aandoeningen zijn niet te genezen, zei de arts Zelfstandig naamwoord: aan-doe-ning de aandoening de aandoeningen het aandoeninkje Synoniemen klacht, kwaal

2020-02-27

Aandoening

Een aandoening is een afwijking van de gezonde toestand van lichaam of geest. Het is een overkoepelend begrip voor de verzameling van symptomen, syndromen, klinische tekens, ziekten, handicaps, letsels en vormen van RSI. Bij het beschouwen van een aandoening kan onderscheid worden gemaakt tussen oorzaak of oorzaken en symptomen. Trauma: letsel met een verloop, veroorzaakt door een exogene impact met beschadiging. Handicap is een pathologie zonder verloop en met een permanent functieverlies zon...

2020-02-27

aandoening

aan'doening, v. (-en). 1. ziekelijke verandering in of aantasting van (een deel van) het lichaam: een — van koorts; een lichte — van de ogen; 2. gewaarwording, lichamelijk of psychisch (meestal het laatste), opgewekt door een bewuste uitwendige of inwendige oorzaak: aandoeningen van vreugde, van wellust, van droefheid; 3. toestand van aangedaan te zijn: van — kon zij niet meer spreken.

2020-02-27

aandoening

(‘a:n) v. (-en) I. het aandoen (4), min of meer ziekelijke indruk op het lichaam : een der hersenen. II. 1. Algm. het aandoen (5), indruk op het gemoed ; een van vreugde, smart. 2. Inz. het aandoen (6). weemoedige indruk ; iets met - vernemen. Syn. gevoel, gewaarwording. Tgst. flegma.

2020-02-27

aandoening

v. -en (1 min of meer ziekelijke indruk van het lichaam of een zijner delen en het daardoor ontstane gevoel; 2 indruk van de ziel en het daardoor ontstane gevoel; gemoedsverandering): 1 een-der hersenen, een - van koorts; 2 -en v. vreugde, smart (meestal meerv.); zonder bepaling van het gemoed gezegd, heeft dikwijls de bijbetekenis van iets droevigs: ik heb dit met gelezen.