Wat is de betekenis van aanbrengen?

2019
2020-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanbrengen

aanbrengen - Werkwoord 1. (ov) brengen naar Zij bracht de crème aan op haar gezicht. 2. toevoegen, invoegen Nadat de zaal was schoongemaakt brachten we de versiering aan. 3. werven Tijdens de ledenwerfa...

Lees verder
2018
2020-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aanbrengen

aanbrengen - onregelmatig werkwoord uitspraak: aan-bren-gen 1. ergens aan of op doen ♢ we zullen een naambord op de muur aanbrengen 2. vertellen aan iemand die het niet mocht weten ♢ hij heeft z...

Lees verder
2017
2020-11-27
Wiki

Samenvattingen van Wikipedia artikelen.

Aanbrengen

Aanbrengen is een formele douaneterm die in het CDW nader worden verklaard. Vliegtuigen die op een internationale luchthaven zijn geland worden geacht te zijn aangebracht door plaatsing van het luchtvaartuig op het daarvoor aangewezen gedeelte van de luchthaven. Bij het aanbrengen moet mededeling worden gedaan aan de douane van de aankomst van goe...

Lees verder
1973
2020-11-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

aanbrengen

aan'brengen (bracht aan, heeft aangebracht). 1. naar een aangewezen plaats brengen: bouwmaterialen —; als gevonden voorwerp op de daartoe bestemde plaats (bureau, kantoor) brengen; 2. meebrengen in het huwelijk: zij heeft hem die boerderij aangebracht; 3. plaatsen, in- of toevoegen (onderdelen, versieringen enz.); verbeteringen — (lett. en fig.); 4...

Lees verder
1936
2020-11-27
Koenen woordenboek

Koenen woordenboek 1936

aanbrengen

bracht h. -gebracht (1 het brengen van iets op een bepaalde plaats; 2 meebrengen; 3 ergens iets plaatsen; 4 veroorzaken; 5 bekendmaken van iets kwaads bij hem, die moet straffen; 6 oververtellen; verklikken; 7 vergezellen van vrijwilligers bij leger of vloot bij hun aangifte; 8 tot toetreding overhalen): 1 stenen -; 2 hij heeft kapitaal -gebracht;...

Lees verder
1898
2020-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanbrengen

Aanbrengen - (bracht aan, heeft aangebracht), naar een aangewezen plaats brengen (de wijze hoe is onbepaald); meebrengen ten huwelijk; plaatsen, toevoegen, vervaardigen (afgewerkte stukken, versieringen enz.); maken (veranderingen); fig. in volgende beteekenissen: verschaffen, veroorzaken, berokkenen (geluk, genot, nut, onheil, ellende enz.), de...

Lees verder