Wat is de betekenis van aanbinden?

2019
2021-06-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aanbinden

aanbinden - Werkwoord 1. (ov) met bijvoorbeeld een koord, riem of touw bevestigen Voordat we gaan rijden moeten we de spullen in de laadruimte nog aanbinden. 2. beginnen Woordherkomst samenstelling van aan(voorzetsel) en binden(werkwoord) Synoniemen vastbinden

Lees verder
1973
2021-06-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aanbinden

aan'binden (bond aan, heeft aangebonden), 1. door binden bevestigen (aan), b.v. leibomen; vooral gezegd van schaatsen; (spr.) de kat de bel -, de eerste stap doen om een gevaarlijk plan tot uitvoering te brengen, de kastanjes uit het vuur halen; kort aangebonden zijn, spoedig boos worden; 2. beginnen: de strijd met iemand —, een conflict met hem aa...

Lees verder
1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aanbinden

v., oanbine.

1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Aanbinden

(bond aan, heeft aangebonden), 1. door binden bevestigen, b.v. leibomen; vooral gezegd van schaatsen; — korter, vaster binden (paard, touw); — (spr.) de kat de bel aanbinden, de eerste stap doen om een gevaarlijk plan tot uitvoering te brengen, de kastanjes uit het vuur halen; — (spr.) waar het paard aangebonden is, moet...

Lees verder
1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aanbinden

Aanbinden - (bond aan, heeft aangebonden), vastbinden (leiboomen); onderbinden (schaatsen); korter, vaster binden (paard, touw); - (fig.) de kat de bel aanbinden, de uitvoering van eene lastige taak op zich nemen, de kastanjes uit het vuur halen; - waar het paard aangebonden is, moet het vreten, zich naar de omstandigheden sch...

Lees verder
1898
2021-06-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Aanbinden

zie Doordrijven.