Synoniemen van aanbidden

2019-12-05

aanbidden

onregelmatig werkwoord uitspraak:aan-bid-den     1. iemand heel erg bewonderen     vb: hij aanbidt zijn vrouw, hij doet alles voor haar     synoniemen: vereren verheerlijken     tegenstelling: haten onregelmatig werkwoord: aan-bid-den     ik aanbid     jij/u aanbidt     hij/zij aanbidt     wi...

2019-12-05

aanbidden

aanbidden - Werkwoord 1. (ov) bidden tot een God of heilige In de kerkdienst werd God aanbeden. 2. (ov) een persoon op hogere waarde inschatten Sporthelden worden door veel mensen aanbeden. Vrouwen worden door hun mannen aanbeden. Woordherkomst samenstelling van aan(voorzetsel) en bidden(werkwoord) Verwante begrippen adorer...

2019-12-05

aanbidden

Aanbidden - (bad aan, heeft aangebeden, ook aanbad, en aanbeden), als goddelijk wezen vereeren, hetzij door gebeden en eerbiedige hulde, hetzij door de toewijding en uitstorting des harten; - het gouden kalf aanbidden, overdreven gehecht zijn aan rijkdom, ook: onderdanige hulde aan rijke lieden bewijzen; zich zelven aanbidden, van zijn eigen Ik een afgod maken; de opgaande, rijzende zon aanbidden, de bovendrijvende partij eeren en vleien; (fig.) (vaak onscheidbaar) me...

2019-12-05

aanbidden

aanbid'den (bad aan, heeft aangebeden, ook aanbad, heeft aanbeden), 1. als goddelijk wezen vereren, hetzij door gebeden en eerbiedige hulde, hetzij door toewijzing; (zegsw.) het gouden kalf —, overdreven gehecht zijn aan rijkdom, (ook) onderdanige hulde aan rijke lieden bewijzen; de opgaande, de rijzende zon de winnende partij eren en vleien; 2. (fig.) (vaak onscheidbaar) met geestdrift vereren, hartstochtelijk beminnen: de leraar werd door zijn leerlingen aanbeden; zijn aangebeden dochter.

2019-12-05

aanbidden

(a:n’biddən) (aanbad, en bad aan; heeft aan(ge)beden) 1. als goddelijk wezen hulde bewijzen door gebeden enz. : God een afgod -. kalf, zon. 2.(meestal : aanbad) hartstochtelijk beminnen : zijn leerlingen aanbaden hem. aangebedene. Syn. vereren.

2019-12-05

aanbidden

aanbad, bad aan, h. -beden, -gebeden: eig. scheidb. of onscheidb.; fig. meestal onscheidb. (1 als goddelijk wezen vereren; 2 fig. hartstochtelijk vereren): 1 God de hoogste eer schenken als Schepper en Heer van alles; 2 zijn leerlingen hem; uw door mij aanbeden dochter, doch ook: een veldheer, door zijn soldaten aangebeden.