Wat is de betekenis van Aan de haak slaan?

2024-04-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

aan de haak slaan

(1911) (inf.) verkering krijgen met. • Aan den haak geraken, of zijn (Door een meisje bekoord « gevangen > worden, of zijn. — Ned. Wdb.) Hij heeft den haak (of boek) al in de keel (Is verliefd. — H. en V. D.) Een meisje (of vrijer) aan den haak krijgen (V. D.) Zij krijgt hem aan haren angel (H.). Vgl. Fr. Mordre...

2024-04-18
Spreekwoordenboek

Ed van Eeden (2017)

Aan de haak slaan

Juist toen de zaken slecht dreigden te gaan, sloeg de makelaar een rijke financier aan de haak: precies op het juiste moment verwierf de makelaar zich steun van een rijke financier.