Wat is de betekenis van Aalgeer (visscherij)?

1937
2021-09-19
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Aalgeer (visscherij)

Elger, palingsteker, aalschaar, palingvork. Groote vork met drie of vier dicht bij elkaar staande tanden, met zaagsgewijze punten, waarmee men aal bemachtigt. De aalschaar wordt hoofdzakelijk in droge modderslooten gebruikt. De aal verbergt zich in de modder en houdt het puntje van zijn bek aan de oppervlakte om te ademen. Hierdoor lijkt het alsof...

Lees verder