Wat is de betekenis van aaien?

2020
2022-11-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

aaien

Het begrip aaien heeft 2 verschillende betekenissen: 1) uit liefde strijkend aanraken. als liefkozing met een strijkende beweging zacht aanraken; zacht over iets heen strijken om een aangenaam gevoel op te wekken; het geven van een aai of van meerdere aaien. 2) licht aanraken. licht aanraken; zacht over iets heen strijken.

Lees verder
2019
2022-11-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

aaien

aaien - Werkwoord 1. (ov) zachtjes met de hand iets strelen Onze poes spint als zij geaaid wordt. Onze hond kwispelt altijd met zijn staart als hij geaaid wordt. Heb je huisdieren? Heel veel: een poes, een hond en tw...

Lees verder
2018
2022-11-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

aaien

aaien - regelmatig werkwoord uitspraak: aai-en 1. er zacht met je hand overheen strijken ♢ hij aaide de hond over zijn kop Regelmatig werkwoord: aai-en ik aai jij/u aait ...

Lees verder
1973
2022-11-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

aaien

aai'en (aaide, heeft geaaid), 1. zacht met de hand over iets heen strijken om een aangenaam gevoel op te wekken; 2. (ironisch) iemand geniepig zeer doen, knijpen.

1952
2022-11-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Aaien

v., aeije, streakje.

1930
2022-11-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

aaien

(a:iən) (aaide, heeft geaaid) [aai 1] 1. een zachte streek met de hand geven : de poes -. 2. vleien ; Syn. pluimstrijken, strelen. 3. Scherts, geniepig pijn doen.

Lees verder
1908
2022-11-27
Vivat

Schrijver op Ensie

Aaien

ambtshoofdp laats in den Württembergschen Jagstkreits, in.l.00: 9058 inw.; was voorheen een vrije rijksstad, tot zij in.l.02 aan Württemberg kwam.

1898
2022-11-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

aaien

Aaien - (aaide, heeft geaaid), zacht met de hand over iets heen strijken om een aangenaam gevoel op te wekken; (fig). vleien; (iron.) iem. onderduims zeer doen, slaan.