2020-01-26

5. beuk

5. BEUK, m. (-en), (bouwk.) buik, ruimte tusschen twee rijen pilaren (eener kerk), inz. de hoofdbeuk; het schip bestaat in den regel uit 3 beuken; de hoofdbeuk en 2 zijbeuken.

2016-12-27

Beuk

De beuk is de romp van een kerkgebouw, onderscheiden worden midden- of hoofdbeuk, zijbeuken en dwarsbeuk. Synoniem voor het woord beul in een relatie tot een kerkgebouw is schip. De term beuk wordt ook gebezigd bij de ruimtelijke indeling van andere gebouwen. Een beuk is dan een door hoofdmuren begrensde ruimte die in de regel afzonderlijk overkapt is.

2017-03-31

Beuk

Beuk - 'de beuk erin gooien': er hard tegenaan gaan. De uitdr. houdt verband met beuken = slaan, en wordt thans in bredere kring gebruikt. Vgl. Eng. to put the boot in. Het Zuidnederlands woordenboek vermeldt ook nog: 'er met de beuk ingaan': keihard toeslaan, steeds opnieuw klappen uitdelen (maar dan vnl. in de wielersport). Wellicht werd de uitdr. voor het eerst gebruikt door scholieren.

2017-05-30

beuk

Het begrip beuk heeft 10 verschillende betekenissen: 1) hoge loofboom die een gladde, grijsgroene stam en een wijdvertakte, dichte kruin heeft met veelal groene of rode bladeren en die in het najaar beukennootjes voortbrengt 2) overwelfde ruimte in een kerk die wordt begrensd door zuilenrijen of muren; deel van een kerkschip 3) harde klap of stoot 4) hout van een beukenboom; beukenhout 5) boomsoort die beuk wordt genoemd; boomsoort van de beuken 6) beuk met groene bladeren 7) een gezamenlijk aan...

2017-02-24

beuk

Beuk is een: 1) boomsoort; 2) buik of de romp van een kerkgebouw.

2018-12-06

Beuk

Beuk, Fagus* silvatica, een loofboom, die over een groot deel van Europa verspreid is, doch geen al te geprononceerd continentaal klimaat kan verdragen, en daarom in 0. Europa ontbreekt. Evenmin verdraagt de boom een zeer kouden, langdurigen winter of een lange droge periode, zoodat hij in het gebied van de Middellandsche zee en in Scandinavië grootendeels ontbreekt. De N.-grens ligt in het W. van Noorwegen op 60° N.B., doch overigens op veel geringere breedte. In Nederland neemt de b. in het...

2019-06-08

beuk

beuk - Grote langlevende beuksoort die in heel Engeland en Eurazië voorkomt. De onvolgroeide fase duurt 30-40 jaar, waarin de soort snel groeit maar niet bloeit. De soort kan bijna 50 meter hoog worden, heeft een gladde grijze schors en hard, zwaar hout. Beuken worden vaak geteeld in grote hagen.

2019-11-14

beuk

Als men in Den Haag de verwensing krijg een paar beuken! of krijg een paar achter een stronttank gevonden beuken! gebruikt, dan heeft dat niets met de beukenboom of met beuk in de betekenis ‘harde klap, slag’ te maken. Wel geeft men ermee te kennen dat men woedend is of zich ergert. De meest actuele betekenis van de verwensing is ‘rot op, ik wil niks meer met je te maken hebben’. Vgl. Bral e.a. (1998).

2017-11-10

beuk

beuk - Zelfstandignaamwoord 1. (plantkunde) Fagus sylvatica een Europese hardhoutboom Een beuk heeft een gladde stam een eik heeft een ruwe bast. 2. een bekisting als hulpmiddel bij tunnelbouw 3. een onderdeel van een kerkgebouw, schip De beuk van de kerk bestond uit een middenschip en twee zijbeuken. 4. een stevige duw, oplawaai, opdoffer (-> ww. beuken) Ik kre...

2017-06-27

beuk

Lat.: Fagus sylvatica. Door de weinig opvallende structuur wordt beukenhout voornamelijk als constructiehout gebruikt. f: hêtre d: Buche e: beech

2017-06-21

Beuk

de - erin gooien/zetten erop los slaan. Deze uitdr., die voor het eerst gesignaleerd werd in het begin van de jaren zeventig (in de ruwere milieus van arbeiders en schooljon-gens), houdt verband met beuk‘harde klap; slag” (vgl. ouder een beuk hebben‘een slag van de molen hebben’). Deze bet. is nog steeds niet verouderd, maar behoort tot het meer informele taalgebruik. In Modern Passé(1988) schrijft J.A. Deelder: ‘Dat deed me denken aan die gozer die een beuk krijgt van de schillenboer...

2017-11-14

beuk

beuk - zelfstandig naamwoord 1. loofboom waar eetbare vruchtjes in komen ♢ onze beuk zit weer vol met beukennootjes 1. de beuk erin! [aansporing om flink aan de slag te gaan] Zelfstandig naamwoord: beuk de beuk de beuken het beukje

2019-12-29

Beuk

(fagus sylvatica), een onzer fraaiste loofboomen en behoorende tot de familie der Napjesdragenden (cupuliferae), wordt in het Oude Testament op twee plaatsen vermeld: Jes. 41:19 en 60 : 13. Hij wordt 30 meter hoog, bezit bladeren die aan den rand behaard zijn en draagt nootvruchten die door een stevig napje omgeven zijn en 15 procent olie bevatten. Hij komt thans in Palestina slechts zeer weinig voor en groeide er vroeger waarschijnlijk in ’t geheel niet. Het woord, in de genoemde plaatsen...

2017-06-22

beuk

Ook: beul; bunker; dijk; os. Zeer sterke hand.

2020-01-26

BEUK

(Fr.: boek). Boom, aangeplant in bossen, lanen en parken, bijv. een oude treurbeuk op Vijversburg (Zwartewegsend). Ook op Corneliastichting, Veenklooster, Staniastate.

2018-09-01

2. beuk

2. BEUK, v. (-en), beukenoot. beukepitje.

2019-06-08

zwarte beuk

zwarte beuk - Beuksoort uit Nieuw-Zeeland. De naam 'zwarte beuk' is afgeleid van het feit dat de stam en de takken vaak zijn bedekt met roetdauw.

2018-09-01

1. beuk

1. BEUK, m. (-en), zekere boom (fagus) uit welks vrucht eene soort van olie, de beukenolie, geperst wordt; zijn hout is zeer vast en zwaar, doch bros; onder water is het duurzaam; de gewone beuk of groene beuk (Jagus sylvatica); de zwarte of bruine beuk heeft bruinroode bladeren; de treurbeuk. Beukje, o. (-s).

2019-04-18

Bruinroode beuk

Bruinroode beuk - ➝ Beuk.

2017-12-12

-5

Dit is een doorverwijspagina, bedoeld om de verschillen in betekenis of gebruik van A5 inzichtelijk te maken. Op deze pagina staat een uitleg van de verschillende betekenissen van A5 en verwijzingen daarnaartoe. Bent u hier via een pagina in Wikipedia terechtgekomen? Pas dan de verwijzing naar deze doorverwijspagina aan, zodat toekomstige bezoekers direct op de juiste pagina terechtkomen.