Synoniemen van 1 aprilgrap

2020-01-29

1 aprilgrap

grap waarmee men (volgens de traditie) iemand op 1 april fopt; aprilgrap

2020-01-29

1 aprilgrap

1 aprilgrap - Zelfstandignaamwoord 1. een van de grappen die men traditioneel op 1 april uithaalt Er heerste enige opschudding, todat bleek dat het maar een 1 aprilgrap was. Synoniemen 1 aprilmop

2017-05-30

aprilgrap

grap waarmee men (volgens de traditie) iemand op 1 april fopt; 1 aprilgrap

2019-01-31

Aprilgrap

Aprilgrap - m. (-pen), grap ter gelegenheid van de 1e april.

2018-11-22

1

1 - PAAI, m. (-en), oud man, bestevaar (thans nog Z. A.); — (zeew.) oud bevaren matroos (evenals de jongste zeuntje heet), belast met het beheer en de afgifte van sommige benoodigdheden tot het scheepswerk: paai van het kabelgat, die alle touwwerk beheert; paai van de zeilkooi, die belast is met de zorg voor de zeilen; paai van den mast; — (volkstaal) oude paai, oude kerel.

2019-06-08

1 op 1-procedé

1 op 1-procedé - Een procédé dat wordt toegepast om kaarten en technische tekeningen te reproduceren, en waarbij gebruik wordt gemaakt van een ijzerzout om een gelatine origineel door blootstelling aan licht selectief onoplosbaar te maken, waardoor de beeldgebieden ontvankelijk zijn voor inkt. Maakt het mogelijk dat exacte kopieën scherpe inktlijnen hebben.

2018-12-06

1. ZUID

1. ZUID - 1. ZUID, o. Zuiden.

2018-12-06

1. ZWAARD

1. ZWAARD - 1. ZWAARD, o. (-en), zwoord, zie aldaar.

2018-11-22

1. para

1. para - Para v. (-’s), kleinste Turksche munt = 1/40 piaster; in Servië = 1/10 dinar of een halve cent.

2018-11-22

1. palm

1. palm - v. (-en), vlak der hand; twee gulden in de palm van je hand, dadelijk betaald; — zekere lengtemaat = 1 decimeter; eene vierkante palm — 1 dM2; eene kubieke palm = 1 dM2 of 1 Liter; — (zeew.) maat volgens welke in de zeehavens de diameter van het masthout wordt berekend: mast van 20 palm omtrek.

2018-09-19

1. leeren

1. LEEREN, bn. lederen.

2018-12-06

1. VOER

1. VOER - o. voeder.

2018-12-06

1. VRIJEN

1. VRIJEN - zie VRIJDEN.

2018-12-06

1. SLEE

1. SLEE - zie SLEDE.

2018-12-06

1. SOLO

1. SOLO - bw. alleen.

2019-02-14

Reijnders (1)

Reijnders (1) - zie Reinders.

2019-02-21

Heil (1)

Heil (1) - zie Heijl

2018-09-02

1. driekant

1. DRIEKANT, m. (-en), priesterhoed.

2018-09-02

1. floret

1. FLORET, v. (-ten), schermdegen.

2018-09-19

1. leer

1. LEER, o. Zie LEDER.