Theorie van constante reistijdbudgetten betekenis & definitie

Gemiddeld over een grote groep mensen, bijvoorbeeld alle inwoners van een land, besteden mensen 60 tot 75 minuten aan reizen. Dit verschijnsel noemen we de theorie van constante reistijdbudgetten.

Bij de theorie van constante reistijdbudgetten gaat het om alle reizen bij elkaar; woon-werk verplaatsingen maar ook bijvoorbeeld op visite gaan, winkeltrips en een bezoek aan de huisarts. Binnen een groep mensen kunnen wel grote verschillen bestaan; de één reist drie uur per dag, de ander nog geen half uur. Ook kunnen dezelfde mensen over tijd ook meer of minder gaan reizen, bijvoorbeeld bij verandering van baan.

De theorie heeft belangrijke implicaties. Stel bijvoorbeeld dat de overheid de files wil verminderen, door wegen te verbreden. Mensen zouden dan korter kunnen reizen omdat er minder files staan. Maar op de lange termijn blijven ze gemiddeld evenveel reizen. Als mensen van baan veranderen, accepteren ze eerder een baan verder van hun huis, en als ze verhuizen, accepteren ze eerder een huis verder van hun werk. Of ze gaan, nu ze minder tijd voor woon-werkverplaatsingen kwijt zijn, ’s avonds alsnog op visite bij vrienden of familie, terwijl ze dat anders niet gedaan zouden hebben. Per saldo nemen files veel minder af dan beleidsmakers en burgers vaak denken.

Of stel dat de NS de treinen veel sneller zou laten reizen. Dan is het belangrijkste effect dat mensen die toch al met de trein gaan, vaker en verder gaan reizen, en niet dat massaal mensen van de auto op de trein overstappen, en tussen dezelfde plekken blijven reizen.

Vermoed wordt dat de theorie ook in de toekomst opgaat, maar zelfrijdende auto’s of toekomstige informatie en communicatietechnologie (ICT) kunnen daar verandering in aanbrengen.

Gepubliceerd op 14-07-2016