Stamcel betekenis & definitie

Een stamcel is een cel die in staat is om zichzelf vele malen meer te delen dan een gespecialiseerde cel. Daarnaast bezit een stamcel de mogelijkheid om te specialiseren in verschillende soorten cellen die allemaal verschillende functies en eigenschappen bezitten. Deze kenmerken maken stamcellen belangrijk in ziektebeelden en de foetusontwikkeling.

Bij de bevruchting van de eicel ontstaat de allereerste stamcel in het menselijk lichaam. Deze cel moet uit kunnen groeien tot alle mogelijke lichaamscellen die een mens bezit. De betreffende stamcel verdwijnt echter na enkele weken uit het embryo, omdat alle embryonale stamcellen dan al gespecialiseerd zijn tot deels gespecialiseerde stamcellen. Deze specifiekere stamcellen ontwikkelen zich tot alle verschillende onderdelen van het menselijk lichaam door signalen die afgegeven worden aan deze stamcellen. Deze signalen tot specialisatie komen vaak uit het milieu rondom de stamcel en zorgen ervoor dat de stamcel na elke deling steeds specifieker in functie wordt totdat hij de gewenste gespecialiseerde cel is. Gespecialiseerde cellen kunnen slechts beperkt delen, maar stamcellen kunnen hun einde zo goed als onbeperkt blijven verlengen door een speciaal eiwit dat de veroudering tegenhoudt; telomerase. Stamceltransplantatie is een bekend voorbeeld van een medische toepassing van de werking van stamcellen.

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946