Bloedverdunner betekenis & definitie

Een bloedverdunner is een medicijn dat gegeven wordt om de stollingsneiging van het bloed te verminderen. Patiƫnten met hart- en vaatziekten slikken deze medicijnen vaak ter preventie.

Bloedverdunners worden ook wel antistollingsmiddelen of anticoagulentia genoemd. De naam "bloedverdunner" is eigenlijk onterecht, aangezien het bloed door gebruik van bloedverdunners niet zozeer dunner wordt. Een bloedverdunner zorgt ervoor dat bepaalde stollingsfactoren niet aangemaakt kunnen worden. De werking hiervan berust op het feit dat normaalgesproken Vitamine K nodig is voor deze factoren, echter de bloedverdunners zorgen ervoor dat de Vitamine K niet zijn functie kan uitoefenen. Hierdoor wordt de stollingstijd van het bloed langer en daardoor de kans op stolsels in het bloed kleiner. Bij vernauwde bloedvaten door atherosclerose is de kans op een infarct extra hoog, aangezien de stolsels dan makkelijk blijven hangen. Zo'n stolsel wordt vaak een thrombus genoemd, vandaar de referentie aan trombose. Boezemfibrilleren is een aandoening waarbij levenslang bloedverdunners geslikt worden, aangezien de tegengestelde bloedstromen tussen de kamers en boezems een verhoogde kans geven op het vormen van ongewenste stolsels. Voorbeelden van medicijnen die bloedverdunnend werken zijn: Acenocoumarol, Fenprocoumon en Warfarine. Bloedverdunners moeten niet door de war worden gehaald met trombocytenaggregatieremmers, die ook worden gebruikt bij vernauwde bloedvaten.