Antibiotica betekenis & definitie

Een antibioticum (enkelvoud van antibiotica) is een medicijn dat gebruikt wordt om bacteriën te bestrijden. Het meest bekende en eerste antibioticum is penicilline.

In 1928 ontdekte Alexander Fleming dat de schimmel Penicillum notatum een stof produceerde die ervoor zorgt dat er geen bacteriën op de betreffende voedingsbodem groeien. Hij noemde deze stof penicilline, welke in de Tweede Wereldoorlog voor het eerst op grote schaal gebruikt werd. Vanaf dat moment ontdekte men steeds meer verschillende soorten antibiotica, actief tegen allerlei verschillende bacteriën.

Afhankelijk van waar de bacterie zich in het lichaam bevindt, kan voor verschillende wijzen van toediening gekozen worden. Antibiotica kunnen middels tabletten ingenomen worden, via het infuus of met een zalf. De plaats en soort bacterie bepalen de dosering, soort, duur en vorm van behandeling met antibiotica. Zo kan een behandeling van iemand met tuberculose wel maanden duren, terwijl sommige keelontstekingen een week behandeld worden.

Het is belangrijk om zo specifiek mogelijk de bacterie te behandelen die de ziekte veroorzaakt. Wanneer dit niet goed genoeg gebeurt, kan er resistentie ontstaan van een bacterie tegen een bepaald soort antibioticum. Dit verkleint de kans om de volgende keer een goede behandeling te krijgen als dezelfde bacterie weer terugkomt. Resistentie wordt ook veroorzaakt door vee preventief te behandelen met antibiotica. Vanwege deze reden schrijven artsen tegenwoordig minder snel antibiotica voor, omdat sommige bacteriën erg lastig te behandelen zijn vanwege bestaande resistentie.