Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

Gepubliceerd op 28-07-2017

ringen

betekenis & definitie

(mv.) TU - gymnastiektoestel in (school)gymzaal en turntoestel voor mannen, bestaande uit twee ijzeren, houten of kunststof ringen (met een binnendoorsnede van 18 cm) die 2,55 m vanaf de vloer op 50 cm uit elkaar bevestigd zijn aan lussen van leer, die vastgemaakt zijn aan touwen of stalen kabels; aan ringen kunnen turners kip- en zwaaielementen (bv. disloque, inloque), zwaaien tot handstand en kracht-houdingen (bv. zwaaien van kip tot zwaluw), houdingen (bv. handstand) en krachthoudingen (bv. breedtehang) en afsprongen uitvoeren.

• Om te voorkomen dat bij onder andere het dislokeren de kabels gedraaid raken, worden tussen de ringen en de kabels zogenaamde dislokeer- wartels [draaibare schakel of haak in of op het eind van een ketting of kabel] gemonteerd. (WIKIP)

• De turner dient een aantal oefeningen stilhangend uit te voeren (‘stil ringen’), waarbij iedere zwaaiing geldt als fout. Bij dit onderdeel, alleen beoefend door de mannen, worden zeer hoge eisen gesteld aan de arm- en schouderspieren. (DUIVI)

• Bijnaam van de Nederlandse toptumer Yuri van Gelder: Lord of the (still) Rings. (NRCHA)