varen betekenis & definitie

Het begrip varen heeft 28 verschillende betekenissen:

1) zich bij wat men doet laten leiden door een vaste gedragslijn; een handelwijze volgen
2) een regelmatige transportverbinding over het water verzekeren; pendeldienst varen
3) op iets steunen
4) afstand doen van iets
5) zich op het water voortbewegen; dienst doen als vaartuig
6) onverwacht en kortstondig plaatsvinden; zich plotseling voordoen
7) sporenplant met groene bladeren die voorkomt in duizenden verschillende soorten, nagenoeg overal op de wereld, maar vooral in tropische gebieden
8) een bepaalde afloop beleven van iets wat er gebeurt of wat men onderneemt
9) zich boven de grond, door de lucht verplaatsen; door de lucht drijven
10) door varen in een bepaalde toestand brengen; varend veroorzaken
11) volstrekt, kritiekloos vertrouwen hebben in iets
12) voor zijn beroep in de ene of andere functie op een boot werken; beroepshalve varen; zeeman zijn; beroepshalve varen
13) zich beroepen op (de homeopathie e.d.); zich bekennen tot (de homeopathie e.d.)
14) zich beroepen op iets; zich bekennen tot iets
15) ten deel vallen als lotsbestemming; overkomen; vergaan
16) zich met een vaartuig op het water verplaatsen
17) zich laten leiden of inspireren door iets of iemand
18) een race per boot betwisten; bootraces betwisten; de roeisport of de zeilsport beoefenen; wedstrijdvaren
19) zijn middelen zo doelmatig mogelijk aanwenden met het oog op het resultaat
20) in de verbinding laten varen
21) afstand doen van iets
22) zorgen dat iets vaart; doen varen
23) iets of iemand navolgen
24) wanneer men tegen de wind in vaart, in een scherpe hoek op de windrichting zeilen om zo optimaal gebruik te maken van de windkracht
25) zelfstandig, zonder hulp van buitenaf functioneren
26) met lichaam en geest van de aarde opstijgen en opgenomen worden in de hemel
27) met een vaartuig vervoeren; varend vervoeren
28) ingaan tegen wat gangbaar, algemeen aanvaard is; zich afzetten tegen de heersende opvattingen of gebruiken

Gepubliceerd op 30-05-2017