Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

Gepubliceerd op 30-05-2017

2017-05-30

toren

betekenis & definitie

Het begrip toren heeft 12 verschillende betekenissen:

1) opbergmeubeltje voor cd's waarin de discs in daartoe bestemde gleuven in een torentje boven elkaar geschikt worden
2) verheven gedeelte op een gevechtsvoertuig waarin plaats is voor de schutter en zijn wapen; geschutskoepel
3) hoeveelheid van iets die hoog gestapeld is als een toren
4) gebouw dat hoog boven zijn omgeving uittorent en dat bestaat uit tientallen etages kantoorruimte of woonflats; wolkenkrabber
5) gedeelte van een duikboot dat in de vorm van een torentje haaks boven op de romp staat en waarlangs men in en uit het vaartuig kan stappen
6) bouwwerk van aanzienlijke hoogte in verhouding tot de doorsnede, dat op zichzelf staat of deel is van een groter bouwwerk, zoals een kasteel of een kerk
7) een beschermd milieu dat weinig of geen contact heeft met de werkelijkheid van alledag
8) iets al te luidruchtig, zelfverzekerd, vaak ook snoeverig aankondigen
9) hoog boven de begane grond verheven constructie die moet dienen voor een bepaalde voorziening of voor een bepaald werk en die naargelang van die functie in vorm kan variëren van een eenvoudig staketsel of een mast tot een echt bouwwerk
10) bekend megalomaan Bijbels bouwwerk dat nooit voltooid raakte, maar ten onder ging in een totale spraakverwarring van de bouwers; ook: toestand van enorme spraakverwarring die daarop lijkt
11) iemand die zeer groot is, vooral iemand uit het sportmilieu die door zijn grote gestalte boven de tegenstrevers uittorent
12) schaakstuk in de vorm van een toren van een kasteel, dat horizontaal of verticaal zo ver men wil over niet-bezette velden verplaatst mag worden