Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 29-10-2020

slip

betekenis & definitie

Het begrip slip heeft 6 verschillende betekenissen:

1) strakke pijploze onderbroek.
strakzittende onderbroek zonder pijpen.

2) afhangende punt.
afhangende punt, hoek of strook van een kledingstuk, doek of kleed.

3) strook.
strook, meestal van papier, met daarop informatie over bijvoorbeeld het salaris, een aankoop of een betaling.
In deze betekenis komt het woord vooral voor in een aantal samenstellingen met het woord als tweede lid.

4) strook behaald in vechtsporten.
strook die behaald kan worden bij vechtsporten, bijvoorbeeld judo, en die wordt vastgemaakt aan een al behaalde band en die een bepaalde vordering binnen die band aangeeft.

5) het slippen.
het wegglijden, meestal van een wiel of wielen van een auto; het uitglijden; toestand of situatie waarbij iets, meestal een wiel of de wielen van een auto, of iemand wegglijdt van of uitglijdt op een bepaald oppervlak; het slippen.

6) deel van een werphengel.
deel van een werpmolen aan een vishengel, waarmee het afrollen of afglijden van de draad geregeld kan worden en de draad losser of strakker gezet kan worden.