Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

noot

betekenis & definitie

Het begrip noot heeft 5 verschillende betekenissen:

1) boomvrucht met harde schaal.
boomvrucht met een harde schaal.
In strikt wetenschappelijke zin in toepassing op zogenaamde echte noten: enkele dopvruchten (droge, eenzadige, niet openspringende vruchten), waarvan de vruchtwand verhout is, bijvoorbeeld een hazelnoot, eikel of kastanje. In de algemene taal in ruimere toepassing op iedere eetbare, grote, olieachtige vrucht met een pit in een al dan niet harde schaal, bijvoorbeeld een hazelnoot, walnoot (okkernoot) of pinda. In de algemene taal worden dus ook een groot aantal zaden en steenvruchten noot genoemd, die dat in botanische zin eigenlijk niet zijn. Zo is de walnoot in de algemene taal een prototypische noot, maar in de botanie is het een steenvrucht, want het omhulsel is niet enkelvoudig. Een pinda is in botanische zin een peulvrucht en een pistache is een zaad.

2) voetnoot of eindnoot.
aantekening ter verklaring, aanvulling of beoordeeling van een tekst of een passage, of als verwijzing naar een andere bron, onder aan de bladzijde of aan het eind van een tekst; voetnoot of eindnoot.

3) muzieknoot.
teken waarmee een toon wordt opgeschreven op een notenbalk; muzieknoot.
De vorm van de noot bepaalt de duur van de toon. De hoogte van de toon wordt onder andere bepaald door de plaats op de notenbalk en de sleutel.

4) toon.
toon die voorgesteld wordt door een muzieknoot.

5) geur waaruit een parfum is opgebouwd.
elk van de geuren waaruit een parfum is opgebouwd die zich op een bepaald moment openbaart, met name de topnoot (tête), de hartnoot (coeur) en de basisnoot (fond); geurnoot.