Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

Namenaar

betekenis & definitie

iemand uit Namen.

iemand die afkomstig is uit de stad of de provincie Namen; inwoner van de stad of de provincie Namen.

Voorbeelden:
Onder druk van de bevolking schreef de gemeenteraad van Namen een referendum uit, waarin de Namenaars hun mening konden geven over de vestigingsplaats voor het nieuw gebouw van het Waalse parlement.
De Standaard, 1996