munt betekenis & definitie

Het begrip munt heeft 19 verschillende betekenissen:

1) geslacht van lipbloemige planten met groene, sterk aromatische blaadjes en kleine paarse bloempjes, waaronder de pepermunt, de akkermunt en de kruizemunt
2) iemand op dezelfde wijze behandelen; iemand iets betaald zetten
3) muntsoort met lichtlila tot bijna witte bloemen
4) betaalmiddel dat bestaat uit een plat, meestal rond metalen schijfje met vaak aan de ene kant de aanduiding van de waarde en aan de andere kant een afbeelding van het staatshoofd; geldstuk; muntstuk
5) muntsmaak
6) zijde van een muntstuk waarop zich de muntaanduiding en waarde bevindt; muntzijde
7) een muntstuk opgooien en laten vallen en een bepaalde beslissing laten afhangen van de kant die naar boven komt te liggen; tossen
8) rekeneenheid die door de monetaire wet van een land of landengroep wordt bepaald en die dient tot het vaststellen van de prijzen; eenheid waarin geldbedragen worden uitgedrukt; munteenheid; valuta
9) munt met weinig risico van koersdaling; munt die stabiel is of licht stijgend in waarde en die een stabiele koopkracht oplevert
10) nagemaakte en dus illegale munten
11) baar geld; contant geld
12) instelling waar munten worden geslagen; ook: het gebouw waar die instelling is gehuisvest of de plaats waar die instelling is gevestigd; munthuis of muntplaats
13) munt genoemd als kruid en als garnering; munt genoemd als stof
14) kruising tussen de hertsmunt (Mentha longifolia) en de witte munt (Mentha suaveolens), met dicht- en zachtbehaarde stengels, bladeren en kelken
15) ergens zijn voordeel mee doen; ergens van profiteren
16) munt met weinig risico van koersdaling; munt die stabiel is of licht stijgend in waarde en die een stabiele koopkracht oplevert
17) pastelgroene kleur van munt; mintgroen
18) waardepenning voor een consumptie of fiche voor een toestel of automaat; fiche; jeton; chip
19) munt die daalt in waarde