Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 30-05-2017

huisbewaarder

betekenis & definitie

Het begrip huisbewaarder heeft 2 verschillende betekenissen:

1) iemand die op een huis past.
iemand die een gebouw, een pand bewaakt bij afwezigheid van de eigenaar(s); iemand die op een huis past als de bewoners weg zijn.

2) conciërge.
iemand die toezicht houdt op een (openbaar) gebouw, bv. een school, of alleen de toegang tot een gebouw bewaakt; iemand die voor zijn beroep toezichthouder is in een gebouw; conciërge.